Laat deze site aan u voorlezen

Digitaal loket

Eenvoudig en snel uw
documenten aanvragen.

Inwoners loket

Ondernemers loket

Digid
 
 

Ondergrondse opslagtanks voor olie

In Nederlandse voor- en achtertuinen liggen nog ongeveer 40.000 niet gebruikte en ongesaneerde olietanks onder de grond. Indertijd aangelegd voor oliegestookte centrale verwarmingsinstallaties, worden deze tanks sinds de overschakeling op aardgas niet meer gebruikt. Een opslagtank heeft een levensduur van circa vijftien tot twintig jaar en kan vroeg of laat gaan lekken. De olieresten in de tank kunnen daardoor in de bodem terechtkomen. Om dat probleem aan te pakken werd in 1993 het eerste Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT) uitgevaardigd.

Wanneer moet u iets doen?

De olieresten uit oude of slecht gesaneerde tanks kunnen in de bodem terechtkomen en olieverontreiniging veroorzaken. Daarbij gaat het niet alleen om de tanks waar nog niets aan gedaan is, maar ook om de tanks die in het verleden wel zijn gesaneerd, maar niet op de juiste manier. Deze laatste categorie tanks moet opnieuw worden onderzocht en zo nodig worden gesaneerd. Naar schatting gaat het om 35.000 tanks. Soms is niet alle olie uit de tank verwijderd. Dan blijft er een mengsel van water en olie ('sludge') achter, dat op de bodem van de tank een roestproces op gang brengt en doorlekken tot gevolg heeft. De enige afdoende methode is: het leeg- en schoonmaken van de tank en vervolgens afvullen met schoon zand.

De meeste tanks liggen in gebieden die pas laat zijn aangesloten op het gas- en leidingennet. Ook in oudere wijken in de steden liggen onder de grond nog veel tanks bij huizen gebouwd vóór 1970. Vanaf halverwege de jaren 60 zijn olietanks steeds minder vaak toegepast. Overigens is het bouwjaar van een huis geen absolute garantie dat er geen olietank is. In uitzonderingsgevallen zijn er ook bij recenter gebouwde huizen oliegestookte CV-installaties toegepast, bijvoorbeeld omdat er geen aansluiting op het gasnet is of was.
Om na te gaan of er een tank in de grond ligt kunnen er aanwijzingen in de tuin zijn: putdeksel, koperen dop, ontluchtingspijp of vreemde verzakkingen. Of kunt u met een metalen staaf in de grond prikken in de buurt van de kelder of de kruipruimte. Olietanks liggen nooit meer dan een meter diep. Eventueel kunt u een metaaldetector gebruiken.

Welke procedure moet u volgen?

Op grond van BOOT had iedere tankeigenaar voor 1 september 1993 de aanwezigheid van de tank bij de gemeente moeten melden. Bovendien moest de tank binnen vijf jaar na die datum worden verwijderd of onklaar worden gemaakt door een KIWA-erkend bedrijf. Voor diegene die vergeten is de tank te melden, of niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de tank is op 15 augustus 1998 het gewijzigde Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT 1998) in werking getreden. Tot 1 januari 1999 bestond de keus tussen onklaar maken en verwijderen van de tank. Na 1 januari 1999 bestaat die keus niet meer en moet de tank sowieso verwijderd worden.

Verwijderen

Bij verwijdering worden tank en leidingen uitgegraven, schoongemaakt en weggehaald. Het gat wordt opgevuld met schoon zand.

KIWA-certificaat

Voor een afdoende gesaneerde olietank moet een KIWA-saneringscertificaat beschikbaar zijn. Alleen erkende saneringsbedrijven leveren een dergelijk certificaat. KIWA is het keuringsinstituut voor o.a. rioleringen en waterleidingen, dat dergelijke certificaten uitgeeft. Door deze erkenningsregeling heeft u de garantie dat de problemen definitief uit de wereld zijn. Is uw tank door een KIWA-erkend bedrijf gesaneerd, dan kan hij gewoon blijven liggen.
Voor tanks die al eerder zijn behandeld, maar niet op afdoende wijze (dus zonder KIWA-certificaat), is subsidie op de saneringskosten mogelijk. Hiervoor kunt u bij de gemeente meer informatie krijgen.

Meer informatie is te vinden via de onderstaande links:
Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks
KIWA-saneringscertificaat