Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

Groot onderhoud in bosplantsoen en houtwallen

Inleiding

In de jaren zeventig en tachtig zijn rondom de woonwijken die toen zijn ontwikkeld brede groenstroken aangelegd met struiken en bomen. Om deze groenstroken duurzaam in stand te houden gaat de gemeente de komende jaren dunnen in het bomenbestand hierin. Zo kan worden voorkomen dat de struiken overgroeid raken en dat de bomen elkaar zo fel beconcurreren dat ze zich niet goed kunnen ontwikkelen. Dit beheer zal fasegewijs worden uitgevoerd.
De groenstroken hebben een parkachtig karakter waar je in kunt wandelen en de beplanting houdt achtertuinen en schuttingen uit het zicht. Deze bosplantsoenstroken zijn daarom waardevol.

Dunning

In de groenstroken staan allerlei soorten bomen en struiken door elkaar. Er zijn relatief veel boomvormers aangeplant en de bomen worden nu zo groot dat de kronen elkaar raken. De struiken die er onder staan krijgen daardoor te weinig ligt en deze beginnen af te takelen. De ondergroei dreigt daardoor erg open te worden. Om de struikvormers weer voldoende ruimte en licht te geven, moet het aantal bomen dat er boven groeit worden verkleind. Dat is één van de redenen om te gaan dunnen in het bomenbestand. Omdat er zoveel bomen in de bosplantsoenstroken staan, zijn die ook onderling in concurrentie om het licht. Veel bomen groeien daardoor stijl omhoog en maken bijna geen zijtakken. Als hierop niet wordt ingegrepen heeft geen van de bomen kans zich volwaardig te ontwikkelen en zal een smal en dun bosje ontstaan dat makkelijk bij storm zal omwaaien. Door te dunnen kunnen de bomen die overblijven meer energie steken in diktegroei en het ontwikkelen van zijtakken. De bomen worden daardoor vitaler en de levensverwachting van deze bomen neemt toe. Dat is de tweede reden om te gaan dunnen in de bosplantsoenstroken.
Soorten die wat langzamer groeien komen in de verdrukking en dreigen te verdwijnen. Er ontstaan dan zeer eenzijdige groenstroken. Die zijn minder aantrekkelijk voor mens en dier. Bovendien zijn monotone beplantingen gevoeliger voor ziekten en plagen. Dus om de variatie in stand te houden en te bevorderen, is de dunning noodzakelijk (derde reden).

Dunning is gericht op instandhouding. Het is geen omvorming of reconstructie. Het is meestal niet nodig om in de struiklaag te dunnen, de nadruk ligt op de boomvormers.
Uit de bestaande bomen worden die bomen gekozen die gezond en veilig zijn en die zich het best kunnen ontwikkelen tot volwaardige bomen. Bomen die gevaarlijk zijn of kunnen worden, bijvoorbeeld door gebreken aan stam of zware takken, worden verwijderd. Als er bomen zijn die de te veel concurrentie veroorzaken voor de “toekomstbomen“ worden ook die tijdens de dunning verwijderd. De keuzes in te handhaven en te verwijderen bomen hangen dus nauw samen. Die keuzes hangen dus af van de onderlinge afstand tussen toekomst bomen, de geschiktheid van de aanwezig bomen, de boomsoorten en de huidige kwaliteit. Het is daardoor nauwelijks mogelijk van een voorgenomen dunningsschema af te wijken.  
Het stam- en takhout dat bij de dunning vrijkomt, wordt zo veel mogelijk in de groenstroken achtergelaten. Voor paddenstoelen, planten en dieren vormt dit een voedselbron en een schuilplaats. Na verloop van tijd komen uit het hout voedingsstoffen vrij, die ten goede komen aan de bomen en struiken die zijn overgebleven.

Beeld 

Om te voorkomen dat het aanzien van de groenstroken en de wijk ingrijpend verandert, ook al is dat tijdelijk, wordt de dunning van de bosplantsoenstroken over een reeks van jaren verdeeld. Er zullen steeds relatief beperkte delen onder handen worden genomen, verspreid over de stad. Als een plantsoenstrook is gedund zal in principe de volgende groot onderhoudsmaatregel pas over tien tot vijftien jaar plaatsvinden.

Vrachelen; de kanaaldijk en houtwallen

Bij de ontwikkeling van de wijk Vrachelen zijn bestaande opvallende bomen, bosjes  en houtwallen in het plan opgenomen, omdat die voor een belangrijk deel het karakter van het gebied en de wijk bepalen. 

De houtwallen en bosjes bestaan vaak uit bomen die al min of meer volwassen zijn. Maar ook deze beplantingen vragen na verloop van tijd groot onderhoud. In principe geldt voor deze beplantingen het zelfde als voor de hierboven beschreven groene mantels van bosplantsoen. Zo moeten bomen die op afzienbare termijn een gevaar voor de omgeving opleveren worden verwijderd of worden veilig gemaakt. Als de onderlinge concurrentie tussen de bomen te groot is, zal de vitaliteit langzaam maar zeker teruglopen. Door sommige bomen te verwijderen, krijgen de overblijvende bomen meer ruimte en kunnen dan uitgroeien tot gezondere bomen met een langere levensverwachting. Van de dunning profiteert meestal ook de onderbegroeiing. 

Waar en wanneer?

Naar verwachting worden de eerste dunningen eind februari 2017 gestart. Omwonenden worden voor aanvang van de werkzaamheden met een bewonersbrief op de hoogte gebracht. 

Meer informatie

Bent u benieuwd naar de werkzaamheden die worden uitgevoerd in uw buurt? Open dan één van onderstaande links.