Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

1.3. Vertaald in een beeldend document (leeswijzer)

Deze website als volgt opgebouwd:

De hoofdstukken 2 tot en met 4 bevatten vooral achtergrondinformatie:
Het proces dat is doorlopen om te komen tot deze visie is beschreven in hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 3 gaat in op de huidige situatie. Achtereenvolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vertrekpunt voor deze visie (te weten het Mobiliteitsplan 2007 – 2015 en de evaluatie daarvan) en wordt een beeld geschetst hoe Oosterhout er anno 2018 voor staat op het gebied van verkeer en vervoer. Dat doen we enerzijds op basis van cijfers (§ 3.3 en § 3.4) en anderzijds op basis van meningen (§ 3.5 wat vindt de samenleving).
In hoofdstuk 4 schetsen we een toekomstbeeld voor Oosterhout in 2030. Daartoe worden eerst de ambities van Oosterhout, voortvloeiend uit de toekomstvisie en het bestuursakkoord, belicht. Vervolgens gaan we in op een aantal lokale en regionale ontwikkelingen (§ 4.2) en autonome trends (§ 4.3) die van invloed (kunnen) zijn op de mobiliteit in Oosterhout. Op basis daarvan wordt (in § 4.4) een toekomstbeeld geschetst welke “uitdagingen” er op het gebied van verkeer en vervoer in en rond Oosterhout liggen in 2030. 

In de hoofdstukken 5, 6 en 7 geven we onze visie op het verkeers- en vervoerbeleid voor de komende jaren. Dit in de vorm van een aantal doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en gezondheid en een aantal bijbehorende mobiliteitsopgaven en prioriteiten.
Hoofdstuk 5 bevat de uitwerking op het niveau van de stad en de regio. We belichten daarbij ook een aantal gemeenteoverstijgende opgaven.
In hoofdstuk 6 wordt ingezoomd en gaan we achtereenvolgens in op de thema’s: bedrijventerreinen, winkelcentra, woonwijken, scholen, sport en recreatie en het buitengebied.
Uit hoofdstuk 5 en 6 vloeit een veelheid aan opgaven. Gezien de hoeveelheid opgaven zullen keuzes moeten worden gemaakt: met welke opgaven willen we aan de slag (“aanpakken”) en op welke termijn en wat accepteren we (voorlopig). In hoofdstuk 7 onderbouwen we onze keuze en geven we aan welke opgaven prioriteit zouden moeten hebben en waar de focus van het verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030 komt te liggen.

De vertaling van het beleid en de bijbehorende opgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. In hoofdstuk 8 en 9 van deze visie blikken we daarop alvast vooruit.
In hoofdstuk 8 wordt in algemene zin ingegaan op de vertaling van opgaven naar oplossingsrichtingen (§ 8.1), besteden we aandacht aan monitoring (§ 8.2) en wordt het financieel perspectief geschetst (§ 8.3).
Hoofdstuk 9 bevat een toelichting op het beoogde format voor de uitvoeringsagenda (§ 9.1) en de criteria op basis waarvan we potentiële maatregelen willen beoordelen en prioriteren (§ 9.2).