Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

3.1. Mobiliteitsplan 2007-2015

Het mobiliteitsplan uit 2007 bevatte beleid en maatregelen gericht op het behouden en verbeteren van de bereikbaarheid van Oosterhout. Uitgangspunt daarbij was dat verbetering van de bereikbaarheid hand in hand moest gaan met de bescherming van de kwaliteit van de leefomgeving en de verkeersveiligheid.

Verkeers- en verblijfsgebieden

Om een evenwicht te vinden tussen bereikbaarheid en leefbaarheid voorzag het mobiliteitsplan in een indeling van het Oosterhoutse wegennet in verkeers- en verblijfs­gebieden. Voor de verkeers­gebieden ligt de nadruk op de afwikkeling van het verkeer (bereik­baarheid) terwijl in de verblijfsgebieden de nadruk op de leefbaarheid / het verblijven ligt. Zowel verkeers- als verblijfsgebieden moesten duurzaam veilig worden ingericht, met bijzondere aandacht voor de over­gangen tussen de verkeers- en verblijfsgebieden (“poorten”). Voor zowel de verkeers- als verblijfsgebieden gold dat door­gaand autoverkeer zoveel mogelijk ontmoedigd moest worden.

Fiets en openbaar vervoer

Voor wat betreft de fiets was de ambitie van het mobiliteitsplan om fietsen zowel veiliger als aantrekkelijker te maken. Daartoe zou een aantal ontbrekende schakels moeten worden gerealiseerd en moest een kwaliteitsslag (ook op het gebied van onderhoud) worden gemaakt in het bestaande fietsnetwerk. In het masterplan fiets (2008) is e.e.a. verder uitgewerkt en geconcretiseerd.

Het mobiliteitsplan voorzag in drie soorten openbaar vervoer. De basis vormde het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Dit in de vorm van de Volans, de vlotte en frequente busverbinding tussen Oosterhout en Breda en de Brabantliner, de verbinding tussen Oosterhout en Utrecht. Tussen Oosterhout en andere omliggende kernen zoals Dongen en Raamsdonksveer rijden reguliere streekbuslijnen. Binnen Oosterhout en de kerkdorpen voorziet de buurtbus in een fijnmazige ont­sluiting per openbaar vervoer.

Goederenvervoer

In het mobiliteitsplan werd de potentie van het vervoer over water erkend. Om dit vervoer verder te stimuleren was de ambitie van het mobiliteitsplan om extra laad- en loscapaciteit langs het Wilhelmina­kanaal te creëren op de bedrijventerreinen Weststad en Vijf Eiken.
Voor het weggebonden vervoer zijn in het mobiliteitsplan een aantal wegen aangewezen, waar het vrachtverkeer richting de bedrijven­terreinen gebruik van zou moeten maken.

Het mobiliteitsplan uit 2007 vormde een plan op hoofdlijnen. Het mobiliteitsplan bevatte daarbij niet alleen beleid, maar tevens een projectenlijst. Deze projecten waren met name infrastructureel van aard.
Een aantal onderdelen van het mobiliteitsplan is naderhand nog verder uitgewerkt. Dit heeft o.a. geresulteerd in het masterplan fiets (2008) en de verkeersregelstrategie voor het hoofdwegennet (2009).

Over de uitvoering van het mobiliteitsplan is periodiek (2 jaarlijks) gerapporteerd in de vorm van voortgangsrapportages.

Evaluatie 2016

Het mobiliteitsplan is in 2016 geëvalueerd. Daarbij is:

  • in beeld gebracht in hoeverre uitvoering is gegeven aan het mobiliteitsplan en de projectenlijst die daarin was opgenomen;
  • inzichtelijk gemaakt wat daarvan de effecten zijn geweest (op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid etc.);
  • de mening van burgers, bezoekers en bedrijven in kaart gebracht over het verkeers- en vervoerbeleid;

De conclusie van de evaluatie was dat er uitvoering is gegeven aan een groot deel van de projecten en ambities uit het mobiliteitsplan. Een aantal knelpunten op het gebied van doorstroming en verkeers­veiligheid is aangepakt en er is een kwaliteitsslag gemaakt op het gebied van fiets en openbaar vervoer. Verder is de nodige aandacht gegeven aan het stimuleren van vervoer over water en “mens­gerichte maatregelen” op het gebied van verkeersveiligheid en fiets.

Niet alle projecten en ambities uit het mobiliteitsplan zijn gerealiseerd. Deels is bewust afgezien van bepaalde projecten (zoals een P+R voorziening). Deels is dit het gevolg van de keuzes die moesten worden gemaakt als het gaat om beheer, onderhoud en investeringen in de infrastructuur en de financiële middelen die daarvoor beschik­baar zijn. Verder is de gemeente voor een aantal opgaven ook afhankelijk van het rijk en de provincie. 

De evaluatie was bedoeld als een eerste stap om tot een nieuw mobiliteitsplan te komen. Vandaar dat bij de evaluatie ook een aantal aandachtspunten is benoemd voor het nieuw op te stellen mobiliteits­plan / deze visie. Deze aandachtspunten zijn terug te vinden in bijlage 1.