Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

3.4. Hoe staan we ervoor?

In deze paragraaf geven we een beschrijving hoe Oosterhout er anno 2017 voor staat. Dat doen we aan de hand van de vier pijlers: bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en duurzaam­heid en gezondheid. 

3.4.1. Bereikbaarheid

Om een beeld te krijgen hoe het met de bereikbaarheid per auto is gesteld, is in 2017 over een periode van ca. 3 maanden floating car data [= GPS gegevens van smartphones, navigatiesystemen en tracking­systemen] geanalyseerd. Deze analyse geeft inzicht in het feitelijke gebruik van het Oosterhoutse wegennet, zowel voor wat betreft routes als reistijden.

De reistijdanalyses laten zien waar verkeer in de spits de meeste vertraging ondervindt. Het betreft delen van de centrumtangenten (Bredaseweg, Abdis van Thornstraat) en enkele invalswegen (West­stad­weg, Heistraat / Ekelstraat en de Bovensteweg ter hoogte van de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27). 

 

 

* klik op het plaatje om de link te openen

 

Het grootste knelpunt qua doorstroming bevindt zich net buiten onze gemeentegrenzen: knooppunt Hooipolder. Met name verkeer op de A59 ondervindt hier veel vertraging. Deze vertraging is dermate groot dat de route door Oosterhout via de Bovensteweg (blauwe lijn in onderstaande figuur) in de spits sneller is dan de route via de A59 – A27 (groene lijn in onderstaande figuur).

 

 

Bron: reistijden op basis van floating car data, najaar 2017

 

Ook op het zuidelijk deel van de A27 is steeds vaker sprake van vertraging. De omvang van deze vertragingen valt echter nog mee (in termen van frequentie en duur) in vergelijking tot de vertraging op de A59. Echter ook op de A27 tussen Breda en Oosterhout treedt met name in de avondspits met een zekere regelmaat vertraging op. Dit blijkt ook uit de meest recente verkeers­monitor (voorjaar 2018) van de Regio West Brabant. 

 

 

Bron: verkeersmonitor West Brabant, voorjaar 2018

Ter toelichting: de reistijdfactor is een indicatie voor de mate waarin verkeer vertraging ondervindt. Bij een reistijdfactor van 1,5 (de paarse trajecten in de figuur) doet verkeer er in de spits minimaal 1,5x zo lang over om het traject af te leggen dan buiten de spits.

 

Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid verdient ook de robuustheid van de wegenstructuur in Oosterhout aandacht. Dit betreft met name de zuidwest­zijde van de stad. Door de manier waarop de wegenstructuur daar is opgezet, wordt het zuidwestelijk deel van de centrum­tangenten (hoek Bredaseweg – Ridderstraat) zwaar belast. Het ontbreekt momenteel aan een alternatieve route, met name voor verkeer dat gebruik maakt van de Bredaseweg. Dit in tegenstelling tot de oost- en noordzijde van de stad waar verkeer in de vorm van de A27 en de Bovensteweg wel over alternatieve routes beschikt.

 

 

Een extra belemmering voor de bereikbaarheid van de westzijde van Oosterhout is de aanwezigheid van de twee beweegbare bruggen. Er gelden op dit moment geen beperkingen voor het scheepvaart­verkeer waardoor het regelmatig voorkomt dat bruggen in de spits opengaan met de nodige hinder voor het auto- en fiets­verkeer tot gevolg. Uit tellingen die in 2017 zijn uitgevoerd, blijkt dat de brug over het Markkanaal (Lage Molenpolderweg) gemiddeld ruim 40 keer per week open gaat. Circa 20% van de brugopeningen vindt daarbij in de spits plaats (met als kanttekening dat het beeld nogal wisselt van week tot week, ook afhankelijk van het seizoen). Van de brug over het Wilhelmakanaal (Wilhelminalaan) zijn geen exacte cijfers over het aantal openingen voorhanden. De verwachting is echter dat deze brug vaker geopend zal zijn daar het Wilhelmina­kanaal drukker bevaren wordt dan het Markkanaal.

Als het gaat om de bereikbaarheid per fiets kan worden gesteld dat Oosterhout over een voldoende fijnmazig fietsnetwerk beschikt. Een verbinding die ontbreekt, is een fietsbrug via de Zwaaikom en Vrachelen 2. De meerwaarde daarvan, in termen van een kortere reisafstand, is echter beperkt. Met name bewoners van Vrachelen 2 en de Zwaaikom zouden er baat bij hebben. De voor­naamste winst van een fietsbrug via de Zwaaikom zou zijn, dat fietsverkeer dan een alternatief heeft voor de beweegbare bruggen in de Lage Molenpolderweg en de Wilhelminalaan. Daar staat wel tegenover dat een aanzienlijk hoogteverschil zou moeten worden overbrugd en dat hier een aanzienlijke investering mee is gemoeid. Vandaar dat in 2017 besloten is om voorlopig af te zien van de aanleg van een fietsbrug en dat nut, noodzaak en de financiering ervan in 2022 opnieuw dienen te worden bezien. Tot die tijd wordt de mogelijkheid ruimtelijk open gehouden om een fietsbrug te creëren.

Net als voor het autoverkeer geldt dat fietsverkeer oponthoud onder­vindt op enkele zwaar belaste kruispunten, zoals het kruispunt Abdis van Thornstraat – Leijsenhoek, zeker als meerdere takken van het kruispunt moeten worden gekruist. Vanuit het huidige mobiliteitsplan heeft de afwikkeling van het autoverkeer daarbij prioriteit boven de afwikkeling van het fietsverkeer.
Juist om oversteekbewegingen te voorkomen, is er een tendens zichtbaar dat fietspaden in toenemende mate in twee richtingen worden gebruikt (ongeacht of dat is toegestaan of niet).

De doorstroming van het openbaar vervoer in Oosterhout is over het algemeen goed, mede omdat het openbaar vervoer (uitgezonderd de buurtbussen) prioriteit heeft op de met verkeerslichten geregelde kruispunten. Alleen op de Pasteurlaan / Abdis van Thornstraat ondervindt het openbaar vervoer enige vertraging op de kruispunten met de Strijen­straat en de Leijsenhoek / Veerseweg.

Bereikbaarheid heeft ook betrekking op de mate waarin gebieden per openbaar vervoer ontsloten zijn. Binnen Oosterhout zijn er nu gebieden die niet of maar beperkt per openbaar vervoer ontsloten worden. Het betreft de wijk Vrachelen, de bedrijventerreinen en het buitengebied.
Vrachelen heeft in beginsel voldoende potentie voor een volwaardige openbaar vervoerontsluiting. Echter de (onvoorspelbaarheid van de) beweegbare bruggen in de Wilhelminalaan en de Lage Molenpolder­weg maken dat het openbaar vervoerbedrijf Vrachelen thans alleen via de Bovensteweg met een reguliere bus wil ontsluiten.
De bedrijventerreinen hebben een beperkte vervoerpotentie (ook vanwege de vaak uiteenlopende werktijden). Desalniettemin wordt het gebrek aan een vorm van openbaar of collectief vervoer door de bedrijvenverenigingen als een gemis ervaren met name voor stagiaires die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.
De kerkdorpen zijn middels buurtbuslijnen verbonden met Oosterhout. Echter meer solitaire functies verspreid in het buitengebied (waaronder enkele wat grootschaligere recreatieve voorzieningen) worden in het geheel niet per openbaar vervoer ontsloten. Daarnaast kennen buurtbuslijnen over het algemeen een wat beperkte bedieningsperiode dan het reguliere openbaar vervoer en rijden ze in het weekend en de avondperiode beperkt of niet.

Intermezzo deeltaxi
Naast het reguliere openbaar vervoer kunnen mensen ook gebruik maken van de deeltaxi West Brabant. Dit is een vorm van deur tot deur vervoer die in beginsel bedoeld is voor mensen met een beperking (WMO indicatie) die niet met het reguliere openbaar vervoer kunnen reizen. Echter ook mensen zonder beperking kunnen van de deeltaxi gebruik maken. Zij betalen dan echter een ander (hoger) tarief dan mensen met een WMO indicatie (provinciaal beleid). Dit ook om te stimuleren dat mensen die dat kunnen zoveel mogelijk gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer. 

Voor goederenvervoer is Oosterhout goed bereikbaar over weg, water en spoor. Oosterhout beschikt ook over voldoende overslag­faciliteiten. In de spits ondervindt het goedervervoer via de weg hinder van enkele doorstromings­knelpunten. De belangrijkste ervan is knooppunt Hooipolder. Binnen Oosterhout vragen vooral de rotonde Bromtol en de N629 aandacht.

3.4.2. Verkeersveiligheid

Om ongevallen te voorkomen, proberen we ons wegennet zoveel mogelijk duurzaam veilig in te richten. Met de uitvoering van het vorige mobiliteitsplan zijn daarin belangrijke stappen gezet. Er is echter nog een aantal wegen waar de vormgeving nog niet in overeenstemming is met de functie en het gebruik. Dit betreft o.a. grote delen van de centrum­tangenten waar fiets- en autoverkeer niet gescheiden zijn.

Duurzaam veilig richt zich niet alleen op beperking van de kans op ongevallen, maar ook op het beperken van de gevolgen (de ernst) ervan. Wat dat betreft, is er een aantal oversteeklocaties in Ooster­hout dat hetzij vanwege het uitzicht, hetzij vanwege de snelheid van het gemotoriseerd verkeer ter plaatse nadrukkelijk aandacht verdient vanwege de risico’s die overstekende voetgangers en fietsers lopen.

Het aantal verkeersslachtoffers is lange tijd afgenomen. Echter sinds 2014 lijkt er weer sprake te zijn van een toename in Oosterhout (met als opmerking dat dit ook kan komen door een betere ongevalsregistratie en dat dit inclusief de ongevallen op de rijkswegen en provinciale wegen in Oosterhout is). Aannemelijk is dat de vergrijzing, een toenemende mobiliteit van ouderen en een toename van het smartphonegebruik daar ook debet aan zijn geweest.

 


 De toename van het aantal verkeersslachtoffers is een landelijk trend, vandaar dat in 2017 een groot aantal organisaties in de vorm van het verkeersveiligheidsmanifest heeft aangedrongen op hernieuwde inspanningen om het aantal verkeers­slachtoffers weer naar beneden te krijgen.

De kaart laat zien waar zich in de periode 2012 – 2016 slachtofferongevallen hebben voorgedaan in Oosterhout e.o.. Het betreft daarbij zowel ongevallen met gewonden (paars) als dodelijke slachtoffers (rood). Ongevallen met uitsluitend materiele schade zijn niet opgenomen op de kaart.

De meeste (slachtoffer)ongevallen doen zich voor op de autosnel­wegen A27 en A59 en de provinciale wegen N629 (Ekelstraat / Heistraat) en N631 (Vijf Eikenweg met in het bijzonder het kruispunt met de Ketenbaan / Steenovensebaan).

Op het gemeentelijke wegennet vallen vooral de Bredaseweg, de Burg. Holtroplaan en de Tilburgseweg / St. Antoniusstraat in negatieve zin op omdat hier relatief veel slachtoffer­ongevallen plaats­vinden (zij het niet specifiek op één punt, maar verspreid over de weg).
Ook de Beneluxweg behoeft aandacht. In de periode 2012 – 2016 deden hier zich vooral ongevallen met uitsluitend materiele schade voor. Echter in 2017 hebben zich hier meerdere slachtofferongevallen voorgedaan.

 

 

* klik op het plaatje om de link te openen

 

3.4.3. Leefbaarheid

Gemotoriseerd verkeer brengt overlast in de vorm van uitstoot van schadelijke stoffen en geluid met zich mee en heeft daardoor een negatief effect op de leefbaarheid. Omwille van leefbaarheid (en verkeersveiligheid) hebben we ons wegennet ingedeeld in verkeers- en verblijfsgebieden. Verkeer wordt daarbij zoveel mogelijk geconcentreerd en afgewikkeld via de wegen die een verkeersfunctie hebben. Het gevolg daarvan is dat langs een aantal van die wegen de geluidbelasting op de aanliggende woningen hoog (> 60 dB) is. Dit betreft een groot deel van de centrumtangenten, de Bredaseweg, de Pasteurlaan en de St. Antoniusstraat / Tilburgseweg. Qua lucht­kwaliteit doen zich in Oosterhout geen overschrij­dingen voor [NSL monitor 2017].

Een specifieke bron van hinder vormt het vrachtverkeer. Om de overlast van het vrachtverkeer te beperken, is in het verleden op een aantal wegen een verbod op doorgaand vrachtverkeer (“alleen bestemmings­verkeer”) ingevoerd. De laatste jaren vormt echter ook stil­staand vrachtverkeer in toenemende mate een probleem. Dit speelt vooral op de bedrijventerreinen waar geparkeerde vrachtauto’s en met name overnachtende chauffeurs voor overlast zorgen. 

 

 

* klik op het plaatje om de link te openen

 

Omwille van de leefbaarheid worden wegen die zijn aangewezen als verblijfsgebied in beginsel (tenzij er geen reële alternatieve route is) alleen gebruikt door verkeer dat zijn herkomst en/of bestemming in het betreffende verblijfsgebied heeft. Doorgaand verkeer proberen we zoveel mogelijk te voorkomen.
Gemotoriseerd verkeer wordt zoveel mogelijk afgewikkeld via de wegen met een verkeers­functie. Echter ook voor verkeersgebieden geldt, dat we doorgaand verkeer zoveel mogelijk willen voorkomen. Het gaat dan om verkeer zonder herkomst en bestemming in Oosterhout (zoals bijvoorbeeld verkeer dat Hooipolder ontwijkt).

Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorgaand verkeer is over een periode van ca. 3 maanden floating car data [= GPS gegevens van smartphones, navigatiesystemen en trackingsystemen] geanalyseerd. Deze analyse geeft inzicht in het feitelijke gebruik van het Oosterhoutse wegennet, zowel voor wat betreft routes als reistijden.  

De resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden in bijlage 2. Onderstaand worden de belangrijkste bevindingen toegelicht.
Specifiek is gekeken naar twee zaken:

  1. (doorgaand) verkeer vanuit Breda / Teteringen via de Bredaseweg
  2. doorgaand verkeer tussen de aansluitingen op A27 en de A59

Ad 1.

Hoewel het beleid (van zowel de gemeente Oosterhout als de gemeente Breda) er op gericht is om verkeer tussen Oosterhout en Breda zoveel mogelijk af te wikkelen via de A27 blijkt er in de praktijk toch sprake te zijn van een forse verkeersstroom via de Bredaseweg. Op een gemiddelde werkdag gaat het om een verkeersstroom van orde grootte 12.000 motorvoertuigen [telling 2016] op het wegvak tussen de komgrens en de Burg. Materlaan. De ingaande (richting Oosterhout) en uitgaande (richting Teteringen) verkeersstroom zijn daarbij nagenoeg even groot.
Onderzocht is hoe dit verkeer zich in de spitsperioden verdeelt over het Oosterhoutse wegennet.

In de ochtendspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom tussen de Bredaseweg en de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27, via de Burg. Materlaan en de Beneluxweg. Het betreft vooral verkeer dat vanuit Teteringen richting de A27 rijdt. De doorgaande stroom in tegengestelde richting is beduidend kleiner. Daarnaast is er eveneens sprake van doorgaand verkeer van / naar de A59 (aansluitingen Made / Weststad en Statendamweg). De relatie met de A59 is echter beduidend minder sterk (omgerekend enkele tientallen auto’s in de spits) dan de relatie met de A27.
Het overgrote deel van het ingaande (81%) en uitgaande (93%) verkeer op de Bredaseweg heeft een herkomst of bestemming in Oosterhout. 

 

 

* klik op het plaatje om de link te openen
Ochtendspits, ingaand via Bredaseweg

Ter toelichting: de afbeelding laat zien hoe het verkeer dat ’s ochtends via de Bredaseweg Oosterhout in rijdt zich verdeelt. De percentages laten zien, welk deel van dat verkeer op het volgende meetpunt (de bolletjes) is waargenomen. Het percentage van 20% op de Burg. Materlaan / Beneluxweg betekent dus dat 20% van het verkeer dat via de Bredaseweg Oosterhout in rijdt, via de Burg. Materlaan en Beneluxweg naar het kruispunt Europaweg – Beneluxweg rijdt.

De avondspits laat eenzelfde beeld zien. Ook dan is er met name sprake van doorgaand verkeer van / naar de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27. Het betreft dan vooral verkeer dat richting Teteringen rijdt. Aannemelijk is dat dit veelal forensen zijn die in Teteringen wonen. Daarnaast er ook sprake van doorgaand verkeer vanaf de A59 richting Teteringen, zij het in beperkte mate (3%).
Het overgrote deel van het ingaande (94%) en uitgaande (83%) verkeer op de Bredaseweg heeft een herkomst of bestemming in Oosterhout.

Wat verder opvalt, is dat een relatief groot deel (orde grootte 20%) van het verkeer dat via de Bredaseweg van / naar Teteringen en Breda rijdt, via het kruispunt Trommelen rijdt. Het betreft overwegend verkeer dat een herkomst of bestemming in Oosterhout heeft en in beperkte mate verkeer richting de A59.

Ad 2.

Onderzocht is in welke mate er sprake is van doorgaand verkeer tussen de aansluitingen op de A59[1] en de A27 via het Oosterhoutse wegennet.
[1] De analyse is toegespitst op de aansluiting Made / Weststad op de A59 omdat de ervaring leert dat het verkeer dat Hooipolder wil vermijden hier de A59 al verlaat.

In de ochtendspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom zichtbaar tussen de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 via de Bovensteweg. Daarbij is zowel sprake van een verkeersstroom van de A59 naar de A27 als omgekeerd (ondanks dat met name verkeer op A59 vertraging ondervindt in de richting van Hooipolder). Omgerekend naar absolute aantallen gaat het om orde grootte 250 auto’s in de ochtendspits die via de route Weststadweg – Bovensteweg het knooppunt Hooipolder vermijden.
Van doorgaand verkeer van de A59 richting de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27 is maar in zeer beperkte mate (1%) sprake.

Ook in de avondspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom zichtbaar tussen de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 via de Bovensteweg. Ook dan is sprake van een doorgaande stroom in twee richtingen: zowel van de A59 naar de A27 als omgekeerd (waarbij de verkeersstroom van de A59 naar de A27 wel beduidend groter is). De hoeveelheid doorgaand verkeer die via de Bovensteweg rijdt, is groter dan in de ochtendspits (omgerekend naar absolute aantallen: orde grootte 500 auto’s). Ook hier ligt de relatie met het knooppunt Hooipolder -waar de filedruk in de avondspits hoger is dan in de ochtendspits- voor de hand.

* klik op het plaatje om de link te openen
Ochtendspits, ingaand via Weststadweg

Ter toelichting: de afbeelding laat zien hoe het verkeer dat ’s ochtends via de Weststadweg Oosterhout in rijdt zich verdeelt. De percentages laten zien welk deel van dat verkeer op het volgende meetpunt (de bolletjes) is waargenomen. Het percentage van 11% op de Bovensteweg tussen de aansluiting op de Pasteurlaan en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 betekent dus, dat 11% van het verkeer dat via de Weststadweg Oosterhout in rijdt, via de Bovensteweg naar de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 rijdt.

De uitgevoerde analyses laten verder zien dat:

  • de aansluiting Made / Weststad op de A59 verder vooral gebruikt wordt door verkeer met een herkomst / bestemming op het bedrijven­terrein Weststad en de wijk Vrachelen.
  • er in beperkte mate sprake is van verkeer van / naar de A59 met een herkomst / bestemming in Oosterhout Zuid dat via de Lage Molenpolderweg rijdt;
  • de Lage Molenpolderweg ook (meer) gebruikt wordt door verkeer uit Vrachelen om van / naar de A27 (aansluiting Oosterhout Zuid) te rijden;
  • de aansluiting Oosterhout Zuid vooral gebruikt wordt door mensen die wonen / werken ten zuiden van het Wilhelminakanaal (ruim 60% van de herkomsten / bestemmingen ligt in dat gebied);
  • de aansluiting Oosterhout Zuid voorts gebruikt wordt door verkeer met een herkomst / bestemming in de wijk Slotjes en het bedrijventerrein Everdenberg en in beperkte mate door verkeer van / naar het centrum.

3.4.4. Duurzaamheid en gezondheid

Oosterhout wil een duurzame gemeente zijn en een actieve bijdrage leveren aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Daartoe heeft Oosterhout zich tot doel gesteld de uitstoot van CO2 te reduceren en het energieverbruik te verminderen (zie ook § 4.1). Ook verkeer en vervoer kan daar een bijdrage aan leveren.

Qua duurzaamheid scoort Oosterhout op het gebied van verkeer en vervoer momenteel onder het gemiddelde (zowel nationaal als provinciaal gezien). Dit blijkt uit de landelijke klimaat­monitor die onder andere inzicht geeft in de samenstelling van het voertuigpark binnen de gemeente, het energiegebruik en de uitstoot van CO2 door het verkeer en vervoer. In vergelijking met andere gemeenten zijn er in Oosterhout relatief weinig elektrische auto’s (ondanks dat de afgelopen 2 jaar een aanzienlijk aantal laadpalen is geplaatst) en deelauto’s. Daarnaast ligt de uitstoot van CO2 door het verkeer en vervoer boven het gemiddelde.

Ten aanzien van de cijfers dient wel te worden opgemerkt, dat in de cijfers van het energie­gebruik en de uitstoot van CO2 ook het verkeer op de snelwegen op Oosterhouts grondgebied en de binnenvaart zijn meegenomen. Als dat wordt uitgesplitst dan blijkt dat met name het verkeer op de autosnelwegen een groot deel van het energiegebruik en de uitstoot voor haar rekening neemt.

Het gemeentelijke beleid op het gebied van gezondheid is er (o.a.) op gericht dat onze inwoners meer moeten bewegen. Voorts moet een ieder deel kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten (“meedoen”). Dit is vastgelegd in de lokale gezondheidsnota.

In 2016 is door de GGD een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de gezondheid van de inwoners van West Brabant. Uit dit onderzoek (“de gezondheidsmonitor”) blijkt dat bijna de helft van alle volwas­senen in Oosterhout te zwaar is. In de groep 65+-ers ligt dit percentage nog hoger. Voorts blijkt ruim 40% van de volwassen in Oosterhout onvoldoende te bewegen.

In relatie tot het thema maatschappelijke participatie blijkt dat 40% van de inwoners van Oosterhout zich eenzaam voelt. Voor de 65+-ers ligt dit percentage zelfs boven de 50%.