Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

Toekomstbeeld 2030

In deze paragraaf schetsen we per pijler een toekomstbeeld richting 2030.

Bereikbaarheid

De verkeersdruk op het wegennet in en rond Oosterhout zal in de periode tot en met 2030 verder toenemen. Dit deels als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (zowel binnen als buiten Oosterhout), deels als gevolg van de economische ontwikkeling. De toenemende vergrijzing heeft tot gevolg dat het aantal sociaal-recreatieve verplaatsingen toeneemt, daarnaast is er meer flexibiliteit in werktijden (door thuiswerken) waardoor ook buiten de reguliere spitsen de verkeersdruk toeneemt.

Er treedt ook een verschuiving van verkeersstromen op. De voorziene aanpassingen aan het knooppunt Hooipolder en de A27 richting Utrecht zullen leiden tot een aanzienlijke afname van de vertraging op de A59. Dat gaat een positief effect hebben op de mate waarin de Bovensteweg wordt gebruikt door doorgaand verkeer tussen de A27 en de A59. Aan de andere kant gaat de verkeersdruk op het zuidelijk deel van de A27 tussen Hooipolder en St. Annabossch toenemen.
Het vervallen van de aansluiting Raamsdonksveer op de A59 leidt tot een verschuiving van verkeersstromen in Oosterhout Noord. De Statendamweg, Burg. Elkhuizenlaan en het oostelijke deel van de Bovensteweg worden daardoor zwaarder belast. De hoeveelheid verkeer via de Oude Veerseweg gaat daarentegen fors afnemen.

De aanleg van de nieuwe N629 gaat de Hoogstraat en de Heistraat / Ekelstraat ontlasten. Wel wordt het drukker rond de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 en ontstaat via bedrijventerrein Everdenberg / Everdenberg Oost een nieuwe route langs het kanaal richting de aansluitingen Oosterhout Oost (en Zuid) op de A27.

Niet alleen ontwikkelingen binnen Oosterhout zelf zijn van invloed op de verkeersdruk op het wegennet in en rond Oosterhout. Ook ontwikkelingen buiten Oosterhout (zowel op ruimtelijk als infrastructureel vlak) kunnen daarop van invloed zijn. Vandaar dat met behulp van het regionale verkeersmodel[1] het toekomstbeeld 2030 is bepaald. (Er is gebruik gemaakt van het regionale verkeersmodel 2010 – 2030 van de regio West Brabant. Dit model wordt momenteel geactualiseerd. Voor het doorrekenen van het effect van mogelijke maatregelen in de uitvoeringsagenda zal gebruik worden gemaakt van het nieuwe model.)

Uit de doorrekening met het regionale verkeersmodel 2030 blijkt dat:

  • de infrastructurele aanpassingen die voorzien zijn aan de N629 (inclusief de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27) en de rotonde bromtol een positief effect hebben op de afwikkeling van het verkeer. Het verkeersmodel laat hier in de toekomst geen door­stromingsproblemen meer zien;
  • de voorziene aanpassingen aan het knooppunt Hooipolder een positief effect hebben op de doorstroming en de wachtrijen op de A59. Echter een deel van de verkeerslichten op het knooppunt blijft gehandhaafd, waardoor het knooppunt kwetsbaar blijft. Dit zowel vanwege het hoge ongevalsrisico als dat bij onverwachte verstoringen elders op het autosnelwegennet in de regio het verkeer bij Hooipolder niet goed verwerkt kan worden. (Bij op voorhand bekende verstoringen zoals wegwerkzaamheden en grootschalige evenementen kan worden geanticipeerd op veranderende verkeersstromen door een aangepaste verkeersregeling (een zogenaamd regelscenario). Vandaar dat Hooipolder ook in de toekomst een belangrijk aandachtspunt blijft voor de bereikbaarheid van Oosterhout en de regio;
  • de verkeersdruk op het zuidelijk deel van de A27 verder toeneemt. De A27 ten zuiden van Hooipolder laat in 2030 een te hoge I/C verhouding  zien. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de effecten van een eventuele verbreding van de A58 tussen Breda en Tilburg. Gezien het belang van de A27 zuid voor de bereikbaarheid van Oosterhout en de verbinding met Breda is dit een belangrijk aandachtspunt;
  • de verkeersdruk op het gemeentelijk wegennet verder toeneemt. Vooral de centrum­ring verdient aandacht daar de doorstroming daar op enkele punten (Bredaseweg, Abdis van Thornstraat)  thans al te wensen overlaat. Daarnaast kunnen in de toekomst ook doorstromingsproblemen ontstaan ter hoogte van de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27.

 

 

* klik op het plaatje om de link te openen

 

Voor de bereikbaarheid per openbaar vervoer zien we in de toekomst de volgende aandachtspunten:

In z’n algemeenheid komt het traditionele openbaar vervoer (en met name formules als de buurtbus) als gevolg van de opkomst van allerlei nieuwe mobiliteitsdiensten steeds meer onder druk te staan. In de “speelveldnotitie”, die de provincie Noord Brabant begin 2018 heeft opgesteld als eerste stap voor de actualisatie van de provinciale OV visie, wordt een aantal mogelijke modellen geschetst hoe de provincie, als vervoersautoriteit, daarmee om kan gaan. Daarbij gaat het met name om de vraag voor welk deel van het openbaar vervoer de provincie zelf nog aan de lat wil staan en wat men in de toekomst over wil laten aan de markt / nieuwe mobiliteitsaanbieders. Voorzien is dat de provincie hier eind 2018 een standpunt over zal innemen. De verwachting is dat de provincie in de toekomst vooral nog bussen wil inzetten op de grote stromen (zoals de Volans lijnen) en dat op locaties en tijden met een mindere vervoersvraag naar andere, meer flexibele vervoersvormen wordt gekeken.

Specifiek voor de bereikbaarheid van Oosterhout zien we de volgende ruimtelijke en infrastructurele aandachtspunten:

  • De Brabantliners die de verbinding tussen Utrecht enerzijds en Breda en Oosterhout anderzijds onderhouden mogen bij files op de A27 gebruik maken van de vluchtstrook. Echter bij de verbreding van de A27 tussen Houten en Hooipolder worden de vluchtstroken langs een deel van het tracé omgebouwd tot spitsstroken. Dit betekent dat in de toekomst de doorstroming van de Brabantliners dus niet langer gegarandeerd kan worden;
  • De reconstructie van de N629 heeft gevolgen voor de lijnvoering van lijn 327 tussen Oosterhout en Dongen. De huidige route kan niet in stand worden gehouden. Bij de uitwerking op het niveau regio en stad (in § 5.1.2.) gaan we daar nader op in.
  • De doorstroming aan de oostzijde van de centrumring: gezien de ligging van het busstation rijdt een fors aantal buslijnen via de Abdis van Thornstraat. In de toekomst neemt de verkeersdruk hier verder toe waardoor ook het openbaar vervoer vertraging ondervindt. Het betreft dan zowel het kruispunt met de Strijenstraat als het kruispunt met de Leijsenhoek / Veerseweg.
  • De keuze die in de toekomstvisie Oosterhout 2030 wordt gemaakt om vooral binnen­stedelijk te bouwen, leidt tot een groter vervoerpotentieel en is daarmee positief voor het draagvlak voor het openbaar vervoer. Wat wel een aandachtspunt is, is dat er relatief veel gebouwd wordt aan de westzijde van de stad, waar het aanbod aan openbaar vervoer juist beperkt is. 

De fiets biedt potentie. Veel verplaatsingen worden binnen Oosterhout en tussen Oosterhout en omliggende kernen gemaakt en zijn daarmee “befietsbaar”. Zeker op langere afstanden kan de (elektrische) fiets in toenemende mate concurreren met de auto. Willen we de potentie van de fiets benutten, dan zullen ook beleidsmatig keuzes moeten worden gemaakt. Het realiseren van goede en directe fietsroutes op de regionale verbindingen en deze routes goed aansluiten op de fietsroutes binnen de gemeente, levert hierin een grote bijdrage.

Belangrijkste aandachtspunten richting de toekomst zijn de beweegbare bruggen aan de westzijde van de stad. Fietsers moeten bij een brugopening lang wachten en hebben geen alternatief voor deze route. Ook de doorstroming op de kruispunten op de centrumring bij de Bredaseweg en Abdis van Thornstraat zijn aandachtspunten. Een toename van de verkeersdruk op deze punten heeft ook zijn weerslag op de wachttijden voor het fietsverkeer.

Multimodaliteit wordt in de toekomst nog belangrijker. Via het spoor en het water zijn de bedrijventerreinen in Oosterhout over het algemeen goed ontsloten. Richting de toekomst worden geen knelpunten verwacht voor het goederenvervoer via het water en spoor. De opgave is vooral om de overslagfaciliteiten die er zijn beter te benutten.
Voor de bereikbaarheid over de weg is vooral de doorstroming op de A27 en de A59 van belang. De aansluitingen Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27 verdienen daarbij ook aandacht, daar hier in de toekomst afwikkelingsproblemen kunnen ontstaan en dit belangrijke aansluitingen zijn voor de ontsluiting van de bedrijventerreinen.

Samengevat leidt dat tot het volgende toekomstbeeld 2030 voor bereikbaarheid:

  • de verkeersdruk op het wegennet in en rond Oosterhout neemt (voorlopig) nog toe. Deels verschuiven verkeersstromen als gevolg van voorziene infrastructurele ingrepen;
  • ondanks dat door een aantal aanpassingen aan Hooipolder de files op de A59 aanzienlijk zullen afnemen, blijft dit ook in de toekomst een belangrijk aandachtspunt voor de bereikbaarheid van Oosterhout en de regio. Dit omdat een deel van de verkeerslichten op het knooppunt gehandhaafd wordt, waardoor het knooppunt kwetsbaar blijft;
  • de A27 ten zuiden van Hooipolder heeft in 2030 een te grote verkeersdruk (te hoge I/C verhouding), waardoor de bereikbaarheid per auto tussen Breda en Oosterhout verder onder druk komt te staan;
  • binnenstedelijk verdienen vooral de centrumring (in het bijzonder de kruispunten met de Bredaseweg en de Abdis van Thornstraat) en de wegenstructuur aan de zuidwestzijde van de stad aandacht. De verkeersdruk neemt toe en de wegenstructuur aan de zuidwestzijde van de stad is kwetsbaar (geen alternatieve route, beweegbare bruggen). Daarnaast kunnen in de toekomst door­stromingsproblemen ontstaan ter hoogte van de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27;
  • voor het openbaar vervoer moet aandacht worden besteed aan de verbinding richting Utrecht (vervallen vluchtstroken, waardoor de Brabantliner geen vrije baan meer heeft in de spits) en aan de doorstroming aan de oostzijde van het centrum. Daarnaast krijgt het openbaar vervoer in toenemende mate te maken met concurrentie van nieuwe vervoersinitiatieven. Dit kan consequenties hebben voor de buurtbus, maar biedt tegelijkertijd ook kansen;
  • de (elektrische) fiets heeft potentie. Veel verplaatsingen worden binnen Oosterhout en tussen Oosterhout en omliggende kernen gemaakt en zijn daarmee “befietsbaar”. En op langere afstanden kan de (elektrische) fiets in toenemende mate concurreren met de auto;
  • voor het goederenvervoer via het water en spoor worden geen knelpunten verwacht. De opgave zal vooral zijn om de overslagfaciliteiten die er zijn beter te benutten. Voor het goederenvervoer via de weg liggen de knelpunten op de rijkswegen A27 en A59 inclusief een tweetal aansluitingen daarop. 

Een kanttekening is nog wel op zijn plaats als het gaat om de ontwikkeling van de verkeersdruk. De verwachting is namelijk dat na 2030 de verkeersdruk zal gaan afnemen. Enerzijds als gevolg van de verdere ontwikkeling van in-car systemen en autonoom rijden. Naarmate voertuigen steeds meer taken zelfstandig kunnen uitvoeren en ook de communi­catie tussen voertuigen onderling en voertuigen en verkeerssystemen zich verder ontwikkelt, kunnen naar verwachting via de huidige infrastructuur meer voertuigen worden afgewikkeld. Anderzijds omdat het eigen autobezit en –gebruik in de toekomst zal afnemen en dat andere vormen van vervoer en dienstverlening (zoals MaaS) hiervoor in de plaats komen.

Dat voorgenoemde ontwikkelingen zich zullen voordoen en dat ze een substantiële invloed zullen hebben op de verkeersafwikkeling is zeker (met als kanttekening dat er ook voor de overheid een taak ligt om eigen autobezit en -gebruik minder vanzelfsprekend te maken). De onzekerheid zit hem net name in de termijn waarop de effecten merkbaar worden en wanneer hier ook in het stedelijk gebied op geanticipeerd moet worden.

Verkeersveiligheid

De afgelopen jaren lijkt het aantal slachtofferongevallen in Oosterhout weer te zijn toegenomen. Ook landelijk is dit een trend. Diverse ontwikkelingen maken dat als hier niet op geanticipeerd wordt, deze trend zich in de toekomst doorzet. De belangrijkste ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van het ongevalsrisico in het verkeer en daarmee een afname van de verkeersveiligheid zijn:

  • verkeersdeelnemers (automobilisten, fietsers én voetgangers) worden in toenemende mate bloot gesteld aan afleiding in het verkeer. Met name het toegenomen smartphone­bezit en -gebruik is daar debet aan;
  • de toenemende vergrijzing: het aantal ouderen in het verkeer neemt toe en mensen blijven ook tot op steeds latere leeftijd aan het verkeer deelnemen. Zowel de kans op ongelukken (langere reactietijd) als een ernstige afloop daarvan (kwetsbaarheid) neemt daardoor toe;
  • een toenemende diversiteit aan voertuigen en daardoor toenemende verschillen in snelheid en massa. De discussie over de regels en de positie op de weg (rijbaan of fietspad) van de speedpedelec, een elektrische fiets met een maximumsnelheid van 45 km/h, is daarvoor illustratief;

Daartegenover staat, dat auto’s steeds veiliger worden als gevolg van allerlei nieuwe technologieën. De zwakste schakel blijft echter (het gedrag van) de chauffeur. Ontwikkelingen in de autotechniek nemen steeds meer rijtaken over, maar vergroten veelal de veiligheid van de personen in de auto.

 

Middels de inrichting van de openbare ruimte kan de verkeersveiligheid worden verbeterd. Echter de gedragscomponent moet niet worden onderschat, vandaar dat naast de fysieke inrichting ook voorlichting, communicatie en handhaving van belang zijn. Handhaving is daarbij een aandachtspunt. De politie heeft maar beperkt capaciteit beschikbaar om te handhaven op de naleving van verkeersregels. De verwachting is dat dat in de toekomst niet anders gaat worden (eerder minder dan meer). De mogelijkheden die de gemeente zelf heeft om hierop te handhaven zijn vooralsnog beperkt. Op het gebied van communicatie en educatie heeft de gemeente meer mogelijkheden om het gedrag van weggebruikers te beïnvloeden, als is de effectiviteit hiervan vaak kleiner. 

Ook hier is een kanttekening op zijn plaats. De verwachting is dat na 2030 het aantal verkeersongevallen sterk gaat afnemen. Naarmate voertuigen steeds meer taken zelfstandig kunnen uitvoeren en ook de communicatie tussen voertuigen onderling en voertuigen en verkeerssystemen zich verder ontwikkelt, neemt daarmee de invloed van (het gedrag van) de bestuurder en daarmee ook het ongevalsrisico fors af. 

De interactie tussen autonome voertuigen en “onvoorspelbare” verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers behoeft vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid echter nadrukkelijk aandacht omdat autonome voertuigen daar in veel mindere mate mee kunnen communiceren / op anticiperen. 

Leefbaarheid

De verwachting is dat als gevolg van autonome ontwikkelingen de overlast van gemotoriseerd verkeer over het algemeen afneemt ten opzichte van de huidige situatie. 

De grootste verbetering valt te verwachten op het gebied van luchtkwaliteit (en met name de uitstoot van CO2). Voertuigen op fossiele brandstoffen worden steeds schoner en het aandeel voertuigen op niet-fossiele brandstoffen (elektrisch, waterstof) neemt toe. Deze trend gaat zich richting 2030 verder doorzetten, bijvoorbeeld doordat vanaf 2030 alleen nog maar niet vervuilende nieuwe auto’s mogen worden verkocht. Voor de luchtkwaliteit is dat positief.

Een toename van het aandeel elektrische voertuigen is tevens positief voor de geluidhinder. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat op termijn elektrische rijden de geluid­hinder in stedelijk gebied met een derde doet verminderen [PBL, 2012]. Deze “winst” doet zich vooral op gemeentelijke wegen voor, daar het motorgeluid veelal bepalend is voor het geluidniveau bij een snelheid tot ca. 50 km/h.  Omdat de geluidbelasting op provinciale wegen en auto­snelwegen voornamelijk ontstaat door het band-wegdekgeluid zal elektrisch rijden op dergelijke wegen niet tot nauwelijks leiden tot een afname van het verkeersgeluid.

In welke mate autonome ontwikkelingen bijdragen aan een verbetering van de leefbaarheid in Oosterhout is zowel afhankelijk van beleidsmatige keuzes (vooral in welke mate je als gemeente het gebruik van niet-fossiele brandstoffen en emissieloze motorvoertuigen stimuleert) als de ontwikkeling van de automobiliteit / verkeersdruk.

Verhouding tussen motorgeluid en band-wegdekgeluid (matige acceleratie van een auto met benzinemotor op dicht asfalt). Bron: Kortbeek et al. 2000

Onder leefbaarheid valt ook het voorkomen van ongewenste verkeersstromen door de stad en door woongebieden. Uit een analyse van mobiele data (zie § 3.4.3.) blijkt dat er met name via de Weststadweg / Bovensteweg sprake is van doorgaand verkeer dat het knooppunt Hooipolder wil vermijden. De aanpassingen die aan het knooppunt voorzien zijn, gaan voor een afname van de files op de A59 zorgen en verwacht mag worden dat dit zich ook zal vertalen naar een afname van het doorgaand verkeer via de Weststadweg / Bovensteweg. Ook het plaatsen van extra verkeerslichten op de Weststadweg (ter hoogte van de aansluiting van de Haasdijk en bij het nieuwe kruispunt met de Logistiekweg) maakt de route minder aantrekkelijk voor doorgaand verkeer.

Aanleg van de nieuwe N629 en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Everdenberg Oost hebben tot gevolg dat er via de N629 en de ontsluitingsweg voor Everdenberg Oost een nieuwe route ontstaat richting de aansluitingen Oosterhout Oost en Zuid op de A27. Het risico is dat daar doorgaand verkeer vanuit Dongen en Tilburg naar de A27 (en v.v.) mee wordt gefaciliteerd. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid is dat ongewenst te meer daar deze route deels via de Sint Antoniusstraat zou komen te lopen.

Ten aanzien van het voorkomen van ongewenste verkeersstromen dient in z’n algemeenheid te worden opgemerkt dat de mogelijkheden om hierop te sturen via traditionele maatregelen, zoals bebording, in de toekomst steeds beperkter worden. De steeds grotere beschikbaarheid van actuele verkeersdata maakt dat de weggebruiker zijn eigen route bepaalt. Ongewenst gebruik van wegen moet derhalve fysiek worden tegengegaan.

De verwachtingen ten aanzien van de ontwikkelingen van (de overlast van) het vrachtverkeer zijn onzeker. Invoering van een kilometerheffing voor vrachtverkeer kan een stimulans zijn om meer gebruik te maken van vervoer via water en spoor dan wel ladingen te bundelen. Echter afhankelijk van de wijze waarop de kilometerheffing wordt ingevoerd (alleen op snelwegen of ook op lokale wegen) kan dit ook van invloed zijn op de routekeuze van het vrachtverkeer en kan dit ertoe leiden dat vrachtverkeer meer gebruik gaat maken van lokale wegen.

Duurzaamheid en gezondheid

Met het klimaatakkoord (2015) en de daaruit voortvloeiende klimaatwet (2018) heeft de regering zich tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen (zoals CO2) aanzienlijk terug te dringen en daarmee bij te dragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Deels moet dat worden bereikt met landelijke regelgeving en maatregelen (zoals de verplichting dat vanaf 2030 alleen nog meer emissieloze auto’s mogen worden verkocht). Echter ook van lokale overheden wordt een bijdrage verwacht aan de doelstellingen van het klimaatakkoord.

Dat hier ook voor Oosterhout een opgave ligt, wordt in toekomstvisie Oosterhout 2030 erkend. Naast een andere wijze van energievoorziening zal het energieverbruik moeten worden teruggedrongen en de uitstoot van CO2 moeten worden beperkt. Daarnaast moet Oosterhout gaan anticiperen op een veranderend klimaat met meer neerslag en meer hitte.

De focus van de gemeente als het gaat om duurzaamheid ligt in eerste instantie op de gebouwde omgeving. Uitgaande van de informatie uit de landelijke klimaatmonitor is daar het energiegebruik en de uitstoot van CO2 het hoogst. Verkeer en vervoer is echter een goede tweede, met als kanttekening dat ook het verkeer via de autosnelwegen daaraan een substantiële bijdrage levert (zie ook § 3.4.4.).

Op het gebied van verkeer en vervoer zijn in relatie tot het klimaat geen concrete doel­stellingen opgenomen in het bestuursakkoord 2018-2022, buiten dat moet worden gewerkt aan een gemeentebreed dekkingsplan met laadpalen voor elektrische auto’s en fietsen.