Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

6.1. De woonomgeving

6.1.1. Doelstellingen

In de woonomgeving ligt de prioriteit op het verblijven van mensen. De afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer is hieraan ondergeschikt. De woonwijken en kerkdorpen zijn als voortvloeisel uit het mobiliteitsplan 2007 - 2015 grotendeels ingericht als verblijfsgebieden.

In de woonomgeving heeft de bereikbaarheid voor en de veiligheid van de fietser en voetganger prioriteit ten opzichte van het autoverkeer.

Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid zorgen we voor goede en toegankelijke voorzieningen voor fietsers en voetgangers in de woonomgeving en vanuit de woonwijken richting andere functies, zoals de winkelcentra en bedrijventerreinen.
Haltes voor het openbaar vervoer, meestal gelegen aan de rand van woongebieden, dienen vanuit woongebieden goed en veilig bereikbaar te zijn per fiets en te voet. Omdat haltes niet altijd op loopafstand gelegen zijn, dienen er voldoende en goede (diefstalveilige) stallings­voorzieningen voor fietsers te zijn.

De leefbaarheid binnen woongebieden is gebaat bij een prettige verblijfsklimaat en zo min mogelijk (overlast van) verkeer. Vandaar dat doorgaand verkeer en vrachtverkeer in woon­gebieden zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Daarnaast leiden aankopen via internet tot een toename van bezorgend verkeer. Dat willen we beperken (In een aantal gemeenten, waaronder Breda en Tilburg, loopt momenteel een proef met zogenaamde pakket- en briefautomaten. Deze kunnen worden gebruikt voor zowel het verzenden als ontvangen van pakketten en brieven. Per saldo zou dit moeten leiden tot meer gemak voor de consument en minder bezorgverkeer (omdat pakketten op één centrale locatie in de wijk worden opgehaald en afgeleverd)

Omwille van verkeersveiligheid streven we naar zo groot mogelijke aaneengesloten verblijfs­gebieden. Verblijfsgebieden dienen ook zodanig te worden ingericht dat de toegestane snelheid (30 km/h) zoveel mogelijk via de inrichting wordt afgedwongen. In woongebieden heeft de veiligheid van de fietser en voetganger prioriteit; de afwikkeling van het autoverkeer is hieraan ondergeschikt.

Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid willen we fietsen en lopen zoveel mogelijk stimuleren. Dat begint al in de woonomgeving. Door lopen en fietsen daar aantrekkelijk te maken, moeten mensen gestimuleerd worden om niet automatisch de auto te pakken. Belangrijk is ook dat er in de directe woonomgeving voldoende mogelijkheden om te fietsen en te lopen zijn (om zodoende ook beweging te stimuleren).

Samengevat leidt dat tot de volgende doelstellingen en prioriteiten:

6.1.2. Opgaven

De opgave voor de woonomgeving betreft vooral een (her)inrichtingsopgave. De prioriteit ligt daarbij op het voorzien in goede en veilige voorzieningen voor de fiets en de voetganger. Ook dient door middel van de inrichting van verblijfsgebieden doorgaand verkeer te worden ontmoedigd en de gewenste rijsnelheid zoveel mogelijk te worden afgedwongen.

Een specifiek aandachtspunt voor de (inrichting van de) woonomgeving vormt de bereikbaar­heid voor de hulpdiensten. Als gevolg van de hoge parkeerdruk en dientengevolge voertuigen die buiten de daartoe aangewezen locaties geparkeerd worden, ondervinden hulpdiensten (met name de brandweer) juist binnen de woonwijken de grootste knelpunten qua bereikbaarheid.

Ook de verwachte toename van laadpalen in de woonomgeving vormt een aandachtspunt. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is dat een goede ontwikkeling. Echter het aantal gebruikers is vooralsnog beperkt waardoor openbare parkeerplaatsen bij laadpalen in de praktijk maar door een beperkte groep gebruikt kunnen worden. Vandaar dat de insteek blijft dat laadpalen in de woonomgeving in eerste instantie op eigen terrein worden geplaatst of anders op centrale plaatsen in de wijk ten einde de beschikbare parkeercapaciteit zo optimaal mogelijk te kunnen benutten.

Daar we lopen en fietsen en daarmee beweging zoveel mogelijk willen stimuleren, willen we autogebruik minder vanzelfsprekend maken.  Dit betekent ook dat we zeer terughoudend zijn ten aanzien van de aanleg van extra parkeerplaatsen in bestaande wijken, te meer daar dit vaak ook ten koste gaat van andere functies, zoals het openbaar groen. Andersoortige initiatieven die een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de parkeerdruk in bestaande wijken, zoals autodelen, juichen we ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid toe en proberen we voor zover noodzakelijk te faciliteren.