Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

7.2. Onze focus

Aan de hand van de vier pijlers geven we aan waar wat ons betreft de focus van het verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030 zou moeten komen te liggen en welke opgaven leidend zouden moeten zijn voor de op te stellen uitvoeringsagenda.

7.2.1. Bereikbaarheid

De bereikbaarheid van Oosterhout via weg, water en (goederen)spoor is over het algemeen goed. Onze inwoners zijn (zeer) tevreden over de bereikbaarheid per auto. Wel ondervindt (auto)verkeer in de spits op enkele locaties binnen en rond Oosterhout vertraging.

Ruimtelijke ontwikkelingen en economische groei zullen leiden tot een zwaardere belasting van het wegennet rond en binnen Oosterhout. Om daar tegenwicht aan te bieden, willen wij allereerst het fietsgebruik stimuleren: niet alleen binnen Oosterhout, maar ook tussen Ooster­hout en omliggende gemeentes. Wij zien hier nadrukkelijk kansen. Enerzijds omdat hier nog de nodige winst te halen valt: in vergelijking met onze buurgemeentes en vergelijkbare gemeentes wordt er in Oosterhout relatief weinig gefietst. Anderzijds is fietsen een modaliteit die in toenemende mate als alternatief voor de auto kan functioneren.
Fietsen heeft veel voordelen ten opzichte van andere modaliteiten. Het is goedkoop, gezond, leidt tot minder overlast en heeft een beperkt ruimtebeslag. Daar komt bij dat met de opkomst van de e-bike en andere elektrische fietsen ook voor verplaatsingen over grotere afstand de fiets een alternatief voor de auto is geworden. Wij zetten derhalve in op snelfietsroutes richting Breda en Tilburg en een kwaliteitsverbetering van het fietsnetwerk binnen Oosterhout.

Dat onze prioriteit ligt bij de fiets, wil niet zeggen dat we geen aandacht hebben voor de auto. Voor de bereikbaarheid van de regio, de stad en de bedrijventerreinen is het van belang dat knooppunt Hooipolder wordt omgebouwd tot een volwaardig knooppunt. Ook dient de doorstroming op het zuidelijke deel van de A27 (Hooipolder – St. Annabosch) te worden verbeterd. Dit te meer daar we verkeer tussen Oosterhout en Breda (en v.v.) zoveel mogelijk via de A27 willen afwikkelen.

Enige vertraging op het wegennet binnen Oosterhout achten wij acceptabel. Voorwaarde daarbij is wel dat de vertraging beperkt blijft tot de spits, dat geen terugslag optreedt naar andere delen van het hoofdwegennet en dat alternatieve routes voorhanden zijn. Wat dat betreft verdient met name de robuustheid van de wegenstructuur aan zuidwestzijde van de stad aandacht. Door de manier waarop de wegenstructuur daar is opgezet, is de wegen­structuur relatief kwetsbaar en wordt het zuidwestelijk deel van de centrumtangenten (hoek Bredaseweg – Ridderstraat) zwaar belast. Het ontbreekt momenteel aan een alternatieve route, met name voor verkeer dat gebruik maakt van de Bredaseweg. Een extra belemmering voor de bereikbaarheid (voor auto- en fietsverkeer) aan de zuidwestzijde van Oosterhout is de aanwezigheid van de twee beweegbare bruggen.

Voor het openbaar vervoer zien wij het verbeteren van de bereikbaarheid van Vrachelen en de bedrijventerreinen als de voornaamste opgave. Daarnaast zijn maatregelen nodig om de doorstroming van het openbaar vervoer aan de noordoostzijde van het centrum te verbeteren.

7.2.2. Verkeersveiligheid

Op het gebied van verkeersveiligheid is extra inspanning benodigd. Het aantal verkeers-ongevallen is de afgelopen jaren gestegen en het aantal kwetsbare verkeersdeelnemers neemt toe als gevolg van de vergrijzing. Voorts nemen de verschillen in snelheid en massa toe. Dit maakt, dat als hier niet op geanticipeerd wordt, de trend van een toename van het aantal verkeersslachtoffers zich in de toekomst waarschijnlijk doorzet.
Ook  vanuit de samenleving wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor verkeersveiligheid (en in het bijzonder voor te hard rijden). In de burgerij-enquête scoort dit onderdeel relatief slecht.

Onze focus ligt op het verbeteren van de verkeersveiligheid voor het langzaam verkeer (fietser en voetganger). Dat willen we onder andere bereiken door auto- en fietsverkeer zoveel mogelijk fysiek te scheiden, veilige oversteekvoorzieningen en een betere handhaving van de maximumsnelheid in verkeers- en verblijfsgebieden.
Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de verkeersveiligheid in de schoolomgeving en veilige routes voor langzaam verkeer richtingen scholen en voorzieningen (zoals winkels). 

7.2.3. Leefbaarheid 

We verwachten dat autonome ontwikkelingen een positief effect zullen hebben op de leef-baarheid. Als gevolg van de toename van het aantal elektrische auto’s zal de overlast (in de vorm van geluid en de uitstoot van schadelijke stoffen) van gemotoriseerd verkeer in de toekomst geleidelijk afnemen.

De voornaamste opgave die we zien qua leefbaarheid is een (her)inrichtingsopgave, namelijk het verbeteren van de fysieke kwaliteit van de woonomgeving. De verblijfskwaliteit staat daarbij voorop; de afwikkeling van het autoverkeer en parkeren zijn ondergeschikt in verblijfsgebieden. Voorts willen we door de (her)inrichting van verblijfsgebieden doorgaand verkeer, vrachtverkeer  en bezorgverkeer in de woonomgeving zoveel mogelijk beperken.

Leefbaarheid betekent ook dat een ieder moet kunnen deelnemen aan de maatschappij. Wat dat betreft verdienen de kerkdorpen en het buitengebied extra aandacht. Het aanbod aan openbaar vervoer is hier beperkt en neemt in de toekomst naar verwachting eerder af dan toe. De opgave is om ook voor die gebieden (en doelgroepen) die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer in een vervoersalternatief te voorzien. 

7.2.4. Duurzaamheid en gezondheid

Qua duurzaamheid ligt onze focus op het goederenvervoer. Met het goederenvervoer van en naar de Oosterhoutse bedrijventerreinen zijn aanzienlijke volumes en daarmee een aanzienlijk aantal transportbewegingen gemoeid. Onze inzet is een verdere verschuiving van weg naar water en spoor. De overslagfaciliteiten zijn er; de opgave is ervoor te zorgen dat deze nog beter benut gaan worden. Minder vrachtauto’s op de weg is niet alleen positief vanuit het oogpunt van duurzaamheid; het is ook positief voor de leefbaarheid en verkeers­veiligheid.

De opgave die we verder zien, is om alternatieven voor het gebruik van de eigen auto te stimuleren. Voor veel van onze inwoners is het nu nog vanzelfsprekend dat ze, ook voor korte afstanden, de auto gebruiken. Echter vanuit het oogpunt van gezondheid willen we lopen en fietsen stimuleren. Dit willen we bereiken door de kwaliteit en veiligheid van voorzieningen voor fietsers en voetgangers te verbeteren en door een inrichting van de openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid willen we voorts autodelen stimuleren. Dat gebeurt in Oosterhout vooralsnog maar op zeer bescheiden schaal. 

Samengevat resulteert dat in de volgende opgaven waar wat ons betreft prioriteit aan zou moeten worden gegeven:

 

Op onderstaande kaart zijn de opgaven gevisualiseerd en is aangegeven welke locaties, gegeven een bepaalde opgave, aandacht behoeven.

* Klik op het plaatje om de link te openen

Kenmerkend voor de voorgestelde koers en bijbehorende opgaven is dat:

  • we kiezen voor een koers die veel meer dan het huidige mobiliteitsplan gericht is op het stimuleren en faciliteren van alternatieven voor de (vracht)auto. Juist de fiets en het open­baar / collectief vervoer behoeven de komende jaren meer aandacht, ook om daarmee de groei van de automobiliteit te beperken en autogebruik minder vanzelfsprekend te maken;
  • we kiezen voor een koers die vooral toekomstgericht is. Via de uitvoering van het huidige mobiliteitsplan en via het jaarprogramma openbare ruimte (JOR) zijn de grootste knelpunten de afgelopen jaren aangepakt. Er zijn op dit moment geen dusdanig grote knelpunten die op korte termijn maatregelen vereisen en waarvan de aanpak nog niet voorzien is (Voorzien is nog dat als onderdeel van het groot onderhoud aan de Vijf Eikenweg het kruispunt met de Ketenbaan wordt omgebouwd naar een rotonde. Ook is voorzien dat de regeling van de verkeerslichten op de Bredaseweg wordt aangepast wat tot een betere doorstroming zou moeten leiden). Trends en (autonome) ontwikkelingen maken dat er richting de toekomst meer aandacht moet zijn voor de pijlers verkeersveiligheid (en dan met name voor het langzaam verkeer) en duurzaamheid (o.a. multimodaliteit) én gezondheid;
  • we kiezen voor een koers die ook aansluit bij een aantal actuele ontwikkelingen. Zo zal de openbaar vervoer concessie voor West Brabant de komende jaren opnieuw moeten worden aanbesteed wat aanknopingspunten biedt voor de opgaven op het gebied van openbaar vervoer. Vanuit de provincie wordt momenteel nadrukkelijk ingezet op de fiets en zijn er (o.a.) gelden beschikbaar voor het aanleggen van snelfietsroutes. Er lopen diverse trajecten en studies voor (de verbetering van) de doorstroming van het rijkswegennet waar ook knooppunt Hooipolder en het zuidelijk deel van de A27 onder de aandacht kunnen worden gebracht. 

7.2.5. Vertaling naar uitvoeringsagenda

De vertaling van de mobiliteitsopgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. In hoofdstuk 8 en 9 van deze visie blikken we daarop alvast vooruit.

Ook voor de op te stellen uitvoeringsagenda geldt, dat de beperkte beschikbaarheid van financiële middelen en fysieke ruimte ons dwingt tot het maken van keuzes. Niet alleen in relatie tot het al dan niet aan de slag gaan met bepaalde opgaven, maar ook qua oplossingsrichtingen.

Bij onze afweging om bepaalde opgaven aan te pakken, kijken we (net zoals nu het geval is) naar de mogelijkheden om werk met werk te maken. Dit betekent dat bij voorziene onderhoudswerkzaamheden en (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt bekeken in hoeverre bij de uitvoering daarvan een bijdrage kan worden geleverd aan de doelen en opgaven uit deze visie.

Bij onze afweging om bepaalde opgaven aan te pakken, willen we voorts ook meewegen in hoeverre er bij derden de bereidheid is om daarin gezamenlijk te participeren en aan oplossingen daarvoor een (financiële) bijdrage te leveren. Hiervoor kijken wij zowel naar andere overheden als naar het bedrijfsleven en onze burgers.

Ten aanzien van mogelijke oplossingen / oplossingsrichtingen merken wij voorts op dat:

  • oplossingen niet uitsluitend in de fysieke infrastructuur moeten worden gezocht. Oplossingsrichtingen kunnen ook de digitale infrastructuur (“smart mobility”) en (gedrags)maatregelen, welke gericht zijn op het voertuig of de mens, betreffen.
  • wij op voorhand terughoudend zijn als het gaat om uitbreiding van de infrastructuur voor de auto. Ruimte en financiële middelen zijn schaars en de verwachtingen t.a.v. de ontwikkeling van de automobiliteit op langere termijn zijn onzeker.