Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

8.2. Monitoring

Het verkeers- en vervoerdomein is nadrukkelijk in beweging: we zitten in een transitiefase die op termijn zal resulteren in een wezenlijk ander verkeer- en vervoersysteem. Dit brengt de nodige onzekerheid met zich mee. Dit betekent dat de opgaves en de oplossingen daarvoor in de tijd kunnen veranderen. Vandaar dat flexibiliteit in het uitvoeringsdeel een voorwaarde is en dat -net als bij het “oude” mobiliteitsplan- periodiek dient te worden gekeken in hoeverre het beleid en de daarbij behorende opgaven nog aansluiten op de actualiteit / actuele ontwikkelingen.

De uitvoeringsagenda wordt daarom een adaptieve agenda; om de twee jaar wordt de agenda waar nodig bijgesteld op basis van actuele ontwikkelingen. Om de agenda bij te kunnen stellen, is monitoring van beleidsdoelen, maatregelen en ontwikkelingen van belang. 

8.2.1. Monitoring en beleidsdoelen

In het mobiliteitsplan zijn opgaven benoemd gericht op de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid & gezondheid. Per pijler benoemen we een aantal relevante indicatoren en geven we aan of en hoe die gemonitord worden. Daarbij geven we ook de frequentie van de monitoring weer.

Om de bereikbaarheid te monitoren, kan de gemeente zelf gegevens verzamelen, dan wel gebruik maken van gegevens van derden. Zo wordt in opdracht van de regio West Brabant twee keer per jaar een verkeersmonitor opgesteld die inzichtelijk maakt hoe het met de vertraging op de rijkswegen in West Brabant is gesteld. Via data die beschikbaar is via google traffic kan ook inzicht worden verkregen in de vertraging op het lokale wegennet.

Data over de reistijden en het gebruik van buslijnen zijn beschikbaar bij de provincie en het openbaar vervoerbedrijf. Ad hoc wordt die ter beschikking gesteld. Op halte-niveau worden gegevens m.b.t. het aantal instappers geregistreerd. Deze worden twee maal per jaar aan de gemeente beschikbaar gesteld.

Via telslangen wordt door de gemeente jaarlijks de verkeersintensiteit op een aantal wegen geregistreerd. Tellingen vinden daarbij met name plaats op wegen met een verkeersfunctie. Daarnaast worden ad hoc fietstellingen uitgevoerd.

Gezien de opgaven op het gebied van bereikbaarheid is het wenselijk dat:

  • fietstellingen een meer structureel karakter krijgen, ook om zodoende een beeld te krijgen hoe het aantal fietsers zich ontwikkelt;
  • verkeerstellingen ook op kruispuntniveau worden uitgevoerd. Afwikkelingsproblemen doen zich met name voor op met verkeerslichten geregelde kruispunten en goed inzicht in de stromen op kruispuntniveau is een randvoorwaarde om de kansrijkheid van oplossings­richtingen te kunnen beoordelen. Veel verkeerslichten zijn uitgerust met een “telfunctie” (via de lussen die in het wegdek zijn aangebracht). Echter door het ontbreken van een verkeerscentrale kan momenteel van deze functionaliteit nog geen gebruik worden gemaakt. (Een verkeerscentrale is een systeem (bestaande uit soft- en hardware) dat kan worden gebruikt voor de monitoring, aansturing en bijstelling van wegkantsystemen zoals verkeerslichten.) Aanschaf van een verkeerscentrale is echter voorzien en naar verwachting kan hier in 2019 gebruik van worden gemaakt;
  • de brugopeningen (aantal, duur en moment) worden gemonitord. Naar verwachting worden beide bruggen in het kader van het programma “Blauwe Golf Verbindend” op afzienbare termijn van een monitoringssysteem voorzien en komt deze informatie ook real time beschikbaar voor zowel de scheepvaart als het wegverkeer.

 


Via het verkeersveiligheidskompas West Brabant hebben we inzicht in het aantal ongevallen en de locatie daarvan. Ook geeft het verkeersveiligheidskompas inzicht in de mate waarin kwetsbare doelgroepen (langzaam verkeer, jongeren en ouderen) bij verkeersongevallen betrokken zijn. Het verkeersveiligheidskompas wordt jaarlijks geactualiseerd en bevat informatie over wegen die bij de gemeente, de provincie en het rijk in beheer zijn.

Als verkeerstellingen worden uitgevoerd, wordt via telslangen ook de snelheid van het verkeer geregistreerd. Tellingen vinden daarbij met name plaats op wegen met een verkeersfunctie daardoor hebben we maar beperkt inzicht in de gereden snelheden in verblijfsgebieden. 

Via de verkeerstellingen die periodieke worden uitgevoerd, kan ook het aandeel vracht­verkeer worden gemonitord. Hoe het met de luchtkwaliteit in Oosterhout is gesteld, kan worden gemonitord via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs zowel gemeentelijke wegen als wegen die in beheer zijn bij de provincie en het rijk.

Data over het gebruik van buslijnen zijn beschikbaar bij de provincie en het openbaar vervoerbedrijf. Op halte-niveau worden gegevens m.b.t. het aantal instappers geregistreerd. Deze worden twee maal per jaar aan de gemeente beschikbaar gesteld.
Daarnaast kan de gemeente beschikken over data van deeltaxi West Brabant en het Automaatje. Via deeltaxi West Brabant kan inzicht worden gekregen in hoeverre niet-WMO reizigers gebruik maken van de deeltaxi en in hoeverre die reizigers daarbij wel of geen mogelijkheid hadden om van het reguliere openbaar vervoer gebruik te maken.

Op basis van floating car data kan ook worden gemonitord in hoeverre er sprake is van doorgaand verkeer. Echter verwerking van die data is nogal bewerkelijk (en daarmee prijzig) vandaar dat alleen ad hoc van deze mogelijkheid gebruik moet worden gemaakt.

Wat op dit moment niet wordt gemonitord, is de geluidbelasting als gevolg van het weg-verkeer. Bij ruimtelijke ontwikkeling en reconstructies van wegen worden het geluidniveau wel bepaald, maar structurele monitoring vindt niet plaats (en is ook niet voorzien).  

 

De klimaatmonitor geeft inzicht in hoe Oosterhout op het gebied van duurzaamheid presteert. De klimaatmonitor laat onder andere zien hoe het aantal elektrische auto’s en laadpalen in Oosterhout zich ontwikkelt en wat het energieverbruik en de uitstoot van CO2 door het verkeer is. Deelauto’s worden aangeboden via diverse partijen en platforms. Ritjeweg.nl bundelt al deze informatie en laat per gemeente het actuele aanbod aan deelauto’s zien. 

Informatie met betrekking tot de duurzaamheid van het goederenvervoer is maar beperkt voorhanden. Via de exploitant van openbare laad- en loskades op Weststad en Vijf Eiken hebben we inzicht in de hoeveelheid lading die op beide kades worden overgeslagen. Echter daarnaast is er nog een aantal bedrijven dat over een eigen kade beschikt.
Informatie over het gebruik van deze spoorlijn door Oosterhoutse bedrijven is maar beperkt voorhanden, te meer daar verschillende spoorvervoerders hiervan gebruik maken.

Per pijler hebben we een aantal indicatoren genoemd op basis waarvan monitoring kan plaatsvinden. Los daarvan zijn de volgende algemene informatiebronnen nog relevant:

  • Het Onderzoek Verplaatsingsgedrag in Nederland (OViN). Dit betreft een periodiek (jaarlijks) onderzoek van het CBS dat inzicht verschaft in het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking. Op gemeenteniveau wordt daarbij inzichtelijk gemaakt op welke wijze mensen zich verplaatsen (de “modal split”);
  • De resultaten van de enquêtes die periodiek (één of driejaarlijks) worden afgenomen onder inwoners, bedrijven en bezoekers van onze gemeente en die onder andere worden gebruikt als input voor de monitor leefbaarheid en veiligheid;
  • Meldingen die bij de gemeente binnen komen via diverse kanalen (zoals de openbare ruimte app en de buurtcoördinatoren). 

8.2.2. Monitoring van maatregelen

Monitoring heeft ook betrekking op de voortgang van maatregelen. In de op te stellen uitvoeringsagenda zal daarbij zowel vooruit als achteruit worden gekeken. Enerzijds zal worden verantwoord wat er de afgelopen periode is gedaan in relatie tot de doelstellingen en opgaven uit deze mobiliteitsagenda (achteruit kijken). Anderzijds is de uitvoeringsagenda vooral bedoeld om inzicht te geven in wat de komende jaren willen gaan doen (vooruit kijken) en te rapporteren over de stand van zaken van maatregelen.

8.2.3. Monitoring van ontwikkelingen

Zoals al is aangegeven in de inleiding van deze paragraaf, is het verkeers- en vervoerdomein nadrukkelijk in beweging en zitten we in een transitiefase die op termijn zal resulteren in een wezenlijk ander verkeer- en vervoersysteem. Derhalve is het zaak dat ook een aantal ontwikkelingen goed worden gemonitord. Dit betreft in ieder geval:

  • handhaving: hierbij is vooral de discussie over een eventuele verruiming van de bevoegdheden van Boa’s (waardoor de gemeente zelf meer mogelijkheden zou kunnen krijgen om de verkeersregels te handhaven) relevant om te volgen;
  • intelligente verkeerssystemen en voertuigen: als gevolg van technologische ontwik­kelingen en de beschikbaarheid van steeds meer real time data worden zowel verkeerssystemen als voertuigen steeds intelligenter waardoor ze ook beter kunnen anticiperen op de actuele verkeerssituatie. Gezien de positieve bijdrage die dit zou kunnen leveren aan zowel de bereikbaarheid als de verkeersveiligheid dienen ontwikkelingen op dit vlak (zoals bijvoorbeeld het programma talking traffic en intelligente verkeerslichten) goed gemonitord te worden op hun toepasbaarheid binnen Oosterhout;
  • tolheffing vrachtverkeer: afhankelijk van de wijze waarop de tolheffing voor vrachtverkeer straks concreet vormt krijgt, kan dat positief (duurzaamheid) of negatief (leefbaarheid) uitvallen. Het is derhalve zaak deze ontwikkeling goed te volgen;
  • autonoom rijden: de meest ingrijpende en tevens de meest ongrijpbare ontwikkeling.  Voertuigen nemen steeds meer rijtaken over van de bestuurder en op termijn zal dat realiseren in volledig zelfrijdende voertuigen (“autonoom rijden”). Het transitiepad  daar naar toe en de termijn waarop deze ontwikkeling zich volledig zal voltrekken, is nog omgeven met veel onzekerheden. Monitoring is relevant, met name ook vanuit de vraag wanneer Oosterhout actief op deze ontwikkeling moet gaan anticiperen.