Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

8.3. Financieel perspectief

Voor het onderhoud van en investeringen in het wegennet, fietspaden en trottoirs beschikt de gemeente over onderhouds- en investeringsbudgetten. Het overgrote deel van deze onderhouds- en investeringsbudgetten is noodzakelijk om het onderhoud van wegen, fietspaden en trottoirs op peil te kunnen houden. Hiervoor is orde grootte ca. € 3 miljoen op jaarbasis benodigd. Ongeveer 40% daarvan is gereserveerd voor het onderhoud van de hoofdwegenstructuur en ca. 60% heeft betrekking op de woonbuurten. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat bovengenoemde verhouding van jaar tot jaar sterk kan verschillen, afhankelijk van de onder­houdsopgave die er ligt op de hoofdwegenstructuur.

Gezien de beperkte ruimte die er was voor investeringen is in 2016 het jaarlijkse onderhouds- en investeringsbudget structureel met € 500.000,- opgehoogd. Deze extra middelen zijn primair bedoeld om bij onderhouds­werkzaamheden in woonbuurten ook verbeter­maat­regelen te kunnen treffen (zoals bv. uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen of het treffen van snelheidsremmende voorzieningen).

Voorts is in 2017 besloten het jaarlijkse onderhouds- en investeringsbudget nogmaals met € 500.000,- op te hogen om daarmee ook financiële ruimte te creëren voor investeringen in de hoofdwegenstructuur en nieuwe projecten voortvloeiend uit het mobiliteitsplan. Daardoor is met ingang van 1 januari 2018 er jaarlijks in het totaal een bedrag van ca. € 4 miljoen beschikbaar voor het onderhoud van en investeringen in wegen, fietspaden en trottoirs.

Voor kleinschalige maatregelen (zoals mensgerichte maatregelen en bebording en beweg­wijzering) zijn er nog enkele exploitatiebudgetten op het gebied van verkeer en vervoer. Deze zijn echter zeer beperkt van omvang (gezamenlijk < € 100.000,-).

Naast de beheer- en onderhoudsbudgetten beschikt de gemeente ook nog over een reserve infrastructurele werken. Deze reserve heeft per 1 januari 2018 een omvang van ca. € 9,1 miljoen. Het overgrote deel van de middelen binnen deze reserve is echter gereserveerd.

 

Voor de komende jaren ligt er een aanzienlijke, gemeentebrede bezuinigingsopgave. Derhalve is in het bestuursakkoord 2018 – 2022 opgenomen dat in de meerjarenbegroting 2019-2022 en de daarop gebaseerde perspectiefnota’s en begrotingen een nadere afweging zal worden gemaakt, hoe om te gaan met nieuwe investeringen (waaronder investeringen die voortvloeien uit het mobiliteitsplan). Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe investeringen budgettair neutraal plaatsvinden. Met andere woorden: ruimte voor nieuwe investeringen moet worden gevonden door daarvoor bestaand beleid te schrappen (“nieuw voor oud”), waarbij in eerste instantie gezocht dient te worden binnen hetzelfde beleidsterrein.