Deze website maakt gebruik van cookies voor statistiek-doeleinden. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee
 

Industrialisatie in Oosterhout

Rond 1850 was Oosterhout een tamelijk arm provinciestadje met ruim 8.000 inwoners. De Oosterhouters verdienden de kost als boer met wat veeteelt en landbouw, of als zelfstandig gevestigd ambachtsman in de nijverheid. Daarnaast waren er veel inwoners met beroepen als naaister, bediende, huisknecht, knecht of dienstbode.

De eerste vier fabrieken in Oosterhout waren sigarenfabrieken, zoals sigarenfabriek "De Olifant" aan de Leijsenhoek. In 1857 werkten daar in totaal 35 mensen. In 1859 werd de gasfabriek opgericht. Het gas werd in de eerste jaren vooral gebruikt om straten en woningen te verlichten.

De eerste stoommachines deden in 1869 hun intrede in twee suikerfabrieken, een op de Statendam en een op de Groenendijk (Oosteind). Daarna kwamen er snel meer stoommachines. In 1870 kocht de familie Smits een stoommachine voor hun brouwerij De Gekroonde Bel. In 1872 kocht J. van der Pol een stoommachine voor zijn ijzergieterij en in 1878 schafte Fick er één aan voor zijn tabakskerverij. In 1875 kocht boterhandel Verschure een machine voor de margarineproductie. De laatste twee fabrieken groeiden snel uit tot de grootste in Oosterhout. De industrie bracht ook nieuwe bedrijvigheid met zich mee. Verpakkingsmateriaal, drukwerk, weg- en waterbouw zijn enkele zaken die ook tot bloei kwamen.

Margarinefabriek Verschure aan de Torenstraat

foto uit 1914 van de vml. Margarinefabriek Verschure aan de Torenstraat

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging het slecht met de industrie en verdwenen er veel fabrieken uit Oosterhout. Vanaf 1930 ging het langzaamaan weer wat beter. Ongelukkig genoeg brak toen de Tweede Wereldoorlog uit. De positie van de industrie van Oosterhout zag er daarna niet florissant uit.

De naoorlogse industrialisatiepolitiek van het Rijk was voor Oosterhout echter erg succesvol. Grote bedrijven vestigden zich hier, zoals Jamin (snoep en ijs), Excelsior (ijzeren buizen), Schriek (peperkoek) en De Volt. Door de komst van deze grote fabrieken werd ook de bedrijvigheid beter. Ook de dienstensector breidde zich als gevolg daarvan flink uit.