Nieuwsberichten

Toespraak van burgemeester Mark Buijs

Dames en heren, jongens en meisjes,

Vandaag herdenken we de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesmissies nadien. Opnieuw doen we dat onder bijzondere omstandigheden. Niet zoals we gewend zijn samen, hier bij het bevrijdingsmonument, maar in onze eigen “bubbel” thuis.

We leven al een jaar in de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Deze woordkeuze benadrukt de uitzonderlijke impact van deze pandemie. Natuurlijk, een virus waar we maar heel langzaam vat op krijgen is niet vergelijkbaar met een gewapende strijd tegen een overheerser die het slechtste met je voorheeft. Toch is er ook nu sprake van een vijand – weliswaar onzichtbaar – die slachtoffers maakt. Een vijand, die maakt dat we op dit moment niet zomaar kunnen doen wat we willen.

De inperkingen van onze alledaagse en vanzelfsprekende vrijheden zijn ongekend. Het is een geheel nieuwe ervaring: verlaten winkelstraten, gesloten kantoren en horecagelegenheden, de dringende oproep om thuis te blijven en – tot voor kort ondenkbaar – zelfs enige tijd een avondklok. Voor het overgrote deel van de Nederlandse bevolking is de huidige crisis de eerste grootschalige confrontatie met vrijheidsbeperking. Voor een land waar vrijheid zo hoog in het vaandel staat als in Nederland weegt die inperking zwaar.

Deze crisis doet een sterk beroep op ons uithoudingsvermogen; trekt een zware wissel op ons allemaal. De ervaring van beknotting in onze bewegingsruimte en spontaniteit begint zijn tol te eisen. We zijn corona-moe en snakken naar een terugkeer naar normaal. De eerste, voorzichtige stapjes op weg terug zijn gezet.

Maar we zijn er nog niet. Sta daarom vandaag ook even stil bij de mensen die nog steeds – en al ruim een jaar – vol in de frontlinie van deze “oorlog” staan: het personeel in de zorg. En bij iedereen die met raad en daad klaar staat voor anderen om deze moeilijke tijd door te komen. 

Nogmaals: voor mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt – en dat zijn inmiddels dus de meesten van ons – is dit de eerste keer dat zij meekrijgen wat onvrijheid met ons doet. Daarom sta ik hier nadrukkelijk bij stil. Vanuit het gevoel van onvrijheid maken we ons nu klaar voor de volgende fase: de bevrijding.

Terug naar de reden waarom we hier vandaag bij het Bevrijdingsmonument staan.

Op 4 mei herdenken we de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesmissies nadien. In het bijzonder denken we daarbij terug aan de inwoners van Oosterhout, onze eigen familie, vrienden en bekenden, die de dood vonden in het oorlogsgeweld. De Oosterhoutse militairen, die aan het begin van de oorlog hun leven verloren toen ons land aangevallen werd. Maar ook de vele burgerslachtoffers die in de vier jaren oorlog in onze gemeente te betreuren waren.

We gedenken de miljoenen mensen die in concentratiekampen zijn omgekomen en de verzetshelden die hun acties moesten bekopen met de dood. Maar ook gedenken we vandaag alle bevrijders, die van ver kwamen om ons deel van de wereld te verlossen van het naziregime en daarbij hun leven gaven. In Oosterhout zijn onze gedachten dan bij de Engelsen van de Desert Rats en vooral de Poolse strijders van de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van generaal Maczek. Zij waren het die na een zware strijd bij het Markkanaal uiteindelijk ook het laatste deel van onze gemeente wisten te bevrijden.

En natuurlijk denken we ook aan de slachtoffers, die gevallen zijn in Nederlands-Indië en tijdens de ruim vijftig vredesmissies waarbij Nederland sinds 1945 betrokken was.

Vrijheid – het is het afgelopen jaar opnieuw duidelijk geworden – is kwetsbaar. Een virus kan zomaar, al meer dan een jaar lang, roet in het eten gooien. En alles wat we dan inleveren moeten we stap voor stap weer terugveroveren en opnieuw opbouwen. Het fundament van onze vrije samenleving is – ondanks de voortdurende coronacrisis – robuust en lijkt bestand ook tegen deze aanval. Dat is wat we ieder jaar op 5 mei vieren, en wat we elke dag opnieuw dienen te beschermen en te versterken.

Ik dank u voor uw aandacht.