Publicatiedatum:
maandag 31 december 2018
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Besluit wijziging Uitvoeringsbesluit Taaleis Participatiewet 2016 en Uitvoeringsbesluiten re-integratievoorzieningen Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oosterhout;

 

gelezen het daartoe strekkend voorstel behandeld in zijn vergadering van 18 december 2018;

 

overwegende dat het noodzakelijk is het Uitvoeringsbesluit re-integratievoorzieningen Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout, en het Uitvoeringsbesluit Taaleis Participatiewet 2016, gemeente Oosterhout aan te passen;

besluit

 

vast te stellen:

 

het Besluit wijziging Uitvoeringsbesluiten Participatiewet 2019, gemeente Oosterhout.

Artikel I Wijziging Uitvoeringsbesluit re-integratievoorzieningen Participatiewet 2015

Het Uitvoeringsbesluit re-integratievoorzieningen Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout wordt als volgt gewijzigd.

 

A

 

De titel van hoofdstuk 3 komt te luiden: “Werkstage en leerwerktraject”

 

Na artikel 3.1 wordt toegevoegd:

Artikel 3.2 Leerwerktraject

  • 1.

    Een leerwerktraject heeft tot doel het ontwikkelen van relevante competenties die aansluiten bij zo regulier mogelijk werk oftewel het job-ready maken van een kandidaat.

  • 2.

    Een leerwerktraject wordt uitgevoerd in de vorm van werken met behoud van uitkering.

  • 3.

    Een leerwerktraject duur zo kort mogelijk en in beginsel maximaal 6 maanden. In de noodzaak hiertoe aanwezig is kan deze periode eenmalig met maximaal 6 maanden worden verlengd.

B

 

Aan artikel 8.5 wordt een lid toegevoegd luidende:

  • 4.

    Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 8.4 onderdeel e geldt voor de jaren 3 en verder de bedragen zoals genoemd in lid 1 bij ‘jaar 2’.

Na artikel 8.5 wordt een nieuw artikel 8.6 toegevoegd luidende:

Artikel 8.6 Begeleidingskosten participatievoorziening beschut werk

  • 1.

    De vergoeding voor de kosten van begeleiding bij een arbeidsovereenkomst in het kader van de participatievoorziening beschut werk bedraagt maximaal € 8.500,-- per periode van 12 maanden.

  • 2.

    Bij een periode korter dan 12 maanden wordt de vergoeding naar evenredigheid vastgesteld.

C

 

In artikel 10.6, lid 1 komt onderdeel c te vervallen.

 

In artikel 10.7 komt het vijfde lid te vervallen.

 

D

 

Artikel 11.6 lid 3 komt te luiden:

 

  • 3.

    De definitieve vaststelling van de loonkostensubsidie vindt achteraf per periode van 12 maanden plaats. Het college kan van de werkgever verlangen om voor de vaststelling noodzakelijke bewijsstukken te overleggen.

Artikel 11.7 komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Conform het bepaalde in artikel 11.6, lid 3, vindt de definitieve vaststelling van de subsidie periodiek achteraf plaats.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie wordt afgestemd op het werkelijke aantal maanden of gedeelten van maanden waarover het in de arbeidsovereenkomst opgenomen aantal uren ook daadwerkelijk loon is betaald en de werkgever hiervoor geen vergoeding in het kader van een no-riskpolis heeft ontvangen.

  • 3.

    Indien de betaalde voorschotten als bedoeld in artikel 11.6, lid 1, hoger zijn dan de definitief vastgestelde subsidie wordt het teveel betaalde op grond van artikel 4:57 van de Awb teruggevorderd.

E

 

Aan artikel 12.4 wordt een derde en vierde lid toegevoegd luidende:

 

  • 3.

    Van de kosten voor een periodieke vervoersvoorziening komt een bedrag van ten hoogst € 2.700,00 per periode van twaalf maanden voor vergoeding in aanmerking.

  • 4.

    Bij een periode korter dan 12 maanden wordt de vergoeding als genoemd in het derde lid naar evenredigheid vastgesteld.

Aan artikel 13.2 wordt een zesde en zevende lid toegevoegd luidende:

  • 6.

    De vergoeding als genoemd in de leden 1 tot en met 4 bedraagt maximaal € 2.700,00 per periode van 12 maanden.

  • 7.

    Bij een periode korter dan 12 maanden wordt de vergoeding als genoemd in het zesde lid naar evenredigheid vastgesteld.

Artikel II Wijziging Uitvoeringsbesluit Taaleis Participatiewet 2016, gemeente Oosterhout

 

A

 

Artikel 2, lid 2, onderdeel b, komt te luiden:

  • b.

    te bewijzen dat een inburgeringsexamen als genoemd in artikel 7, lid 1, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 7, lid 1, onderdeel b van de Wet inburgering is behaald; of

B

 

Artikel 3, lid 4, komt te luiden:

  • 4.

    Door of namens het college wordt een organisatie aangewezen die de taaltoets uitvoert.

Artikel III Slotbepalingen

 

A

 

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

  • 2.

    Van artikel I hebben de onderdelen B, C en D terugwerkende kracht tot 1 januari 2018.

B

 

Dit besluit wordt aangehaald als: “Besluit wijziging Uitvoeringsbesluiten Participatiewet 2019, gemeente Oosterhout”.

 

Aldus vastgesteld op 18 december 2018

de burgemeester

de secretaris

Toelichting

Artikel I Wijziging Uitvoeringsbesluit re-integratievoorzieningen Participatiewet 2015

A

Het leerwerktraject is nu nog niet expliciet opgenomen in het uitvoeringsbesluit. Op basis van wat wel is opgenomen, met name de bepalingen over de werkstage, is er nu al wel de mogelijkheid om een leerwerktraject in te zetten. Vanwege de duidelijkheid is er nu voor gekozen om het instrument leerwerktraject expliciet op te nemen. Om deze reden is artikel 3.2 toegevoegd waarin het instrument leerwerktraject expliciet is opgenomen.

B

Uitgangspunt is dat jobcoaching tijdelijk wordt ingezet. Het uitgangspunt hierbij is dat inzet gedurende een periode van maximaal twee jaar plaatsvindt. In artikel 8.4 onderdeel e is wel een bepaling opgenomen dat van deze maximale termijn kan worden afgeweken, maar in artikel 8.5 is niet opgenomen wat dit voor de hoogte van de vergoeding betekent. Er wordt nu een vierde lid toegevoegd aan artikel 8.5 waarin de hoogte van de vergoeding wordt geregeld.

 

Voor de participatievoorziening beschut werk geldt een afzonderlijk regiem. De begeleidingskosten die hiervoor nodig zijn liggen hoger dan de bedragen voor jobcoaching zoals opgenomen in artikel 8.5. Daarnaast geldt dat de begeleidingskosten bij beschut werk gedurende de volledige duur van het dienstverband doorlopen. Tot nu toe was er in het uitvoeringsbesluit echter nog niets specifieks opgenomen over begeleidingskosten beschut werk. Om deze reden wordt nu een nieuw artikel 8.6 opgenomen waarin dit geregeld wordt.

C

Dit onderdeel van de wijziging heeft betrekking op de verantwoording van de incidentele loonkostensubsidie. De bepaling dat de werkgever hiervoor loonstroken aan moet leveren wordt geschrapt. Hiermee wordt een administratieve lastenverlichting voor de werkgever bereikt. Verder speelt een rol dat de hoogte van de incidentele loonkostensubsidie ook niet direct afhankelijk is van de hoogte van de loonbetaling maar van de omvang en duur van het dienstverband.

Dit sluit ook aan bij de toelichting die de staatssecretaris van SZW heeft gegeven in de verzamelbrief 2017-3. Hierin is gesteld dat er uit de Participatiewet geen koppeling tussen loonkostensubsidie en loonstroken voortvloeit.

D

Dit onderdeel van de wijziging heeft betrekking op de verantwoording van de structurele loonkostensubsidie. Ook hierbij wordt de bepaling geschrapt dat de werkgever voor de definitieve vaststelling van de loonkostensubsidie loonstroken moet aanleveren. In de meeste gevallen kan de loonkostensubsidie namelijk ook worden vastgesteld zonder dat deze loonstroken door de werkgever worden aangeleverd. Alleen in gevallen waarin dit niet mogelijk is, zal de werkgever verzocht worden bewijsstukken in te leveren.

E

Door toevoeging van het derde lid wordt een maximum opgenomen voor de kosten van een vervoersvoorziening. Dit maximumbedrag sluit aan bij het bedrag dat in het kader van de Wsw en beschut werk wordt gehanteerd voor vervoer op maat. Een zelfde bepaling wordt toegevoegd aan artikel 13.2 door toevoeging van een zesde lid.

Artikel II Wijziging Uitvoeringsbesluit Taaleis Participatiewet 2016, gemeente Oosterhout

A

Vanwege een wijziging van de Wet inburgering is de verwijzing die genoemd is in artikel 2, lid 2, onderdeel b van het Uitvoeringsbesluit onjuist. Dit wordt nu aangepast zodat er weer een juiste verwijzing naar het betreffende artikel in de Wet inburgering plaatsvindt.

B

In het huidige uitvoeringsbesluit staat in artikel 3, lid 4, de naam vermeld van een bedrijf dat de taaltoets uitvoert. Met de wijziging van dit lid wordt de specifieke vermelding van een bedrijf geschrapt. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om het uitvoeringsbesluit te wijzigen als een andere organisatie de taaltoets gaat uitvoeren.

Artikel III Slotbepalingen

A

Aan de artikelen die betrekking hebben op de procedure van verstrekking en verantwoording van loonkostensubsidie wordt terugwerkende kracht gegeven, zodat deze over het jaar 2018 ook al toegepast kunnen worden. De wijzingen zorgen voor een vereenvoudiging van de procedures en hebben geen nadelige effecten voor werkgevers die een loonkostensubsidie ontvangen.

B

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Terug naar het overzicht