Publicatiedatum:
woensdag 28 oktober 2015
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen
Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad-De Wijsterd 2016
De raad van de gemeente Oosterhout;
 
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 juli 2015, kenmerk BI.0150323;
 
gelet op de artikelen 1, eerste, derde en vierde lid, 2,tweede lid, 3, eerste lid, en 7, eerste en vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
 
gezien de uitvoeringsovereenkomst van 5 augustus 2015 gesloten met Stichting BIZ Weststad-Wijsterd;
 
besluit vast te stellen de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerrein Weststad - De Wijsterd 2016.
 
HOOFDSTUK I BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
 
– bedrijveninvesteringszone:
het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart;
 
– college:
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout;
 
– uitvoeringsovereenkomst:
tussen de gemeente Oosterhout en Stichting BIZ Weststad- Wijsterd op 5 augustus 2015 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
 
– wet:
Wet op de bedrijveninvesteringszones.
HOOFDSTUK II BELASTINGBEPALINGEN
Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting
  • 1.
    Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.
  • 2.
    De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3 Belastingobject
Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4 Belastingplicht
  • 1.
    De BIZ-bijdrage wordt geheven van:
    de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt.
  • 2.
    Voor de toepassing van dit artikel wordt:
    • a.
      gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
    • b.
      het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld.
  • 3.
    Indien een belastingobject bij het begin van het van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
  • 1.
    De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2015.
  • 2.
    Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 6 Vrijstellingen
  • 1.
    In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:
    • a.
      voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
    • b.
      glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;
    • c.
      onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
    • d.
      één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 , met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;
    • e.
      natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
    • f.
      openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
    • g.
      waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
    • h.
      werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
    • i.
      werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;
    • j.
      belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;
    • k.
      straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
    • l.
      plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
    • m.
      begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
    • n.
      belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid]
  • 2.
    In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage
  • 1.
    Het tarief van de jaarlijkse BIZ-bijdrage bedraagt:
    • a.
      voor de gebruiker, bij een WOZ waarde van:
      niet meer dan € 250.000:
      € 250;
      meer dan € 250.000, maar niet meer dan € 500.000:
      € 350,
      meer dan € 500.000, maar niet meer dan € 1.000.000:
      € 450,
      meer dan €1.000.000, maar niet meer dan €10.000.000:
      € 550,
      meer dan € 10.000.000:
      1.000.
  • 2.
    Indien meerdere, bedrijfsmatige aan elkaar gerelateerde, belastingobjecten die aan het begin van het kalenderjaar bij eenzelfde belastingplichtige in gebruik zijn, wordt voor de bepaling van de jaarlijkse BIZ-bijdrage de waarden van die belastingobjecten bij elkaar opgeteld.
Artikel 8 Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden na de eerste vervaldatum.
  • 2.
    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Looptijd belastingheffing
De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Artikel 11. Nadere regels door het college
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.
HOOFDSTUK III SUBSIDIEBEPALINGEN
Artikel 12 Aanwijzing stichting
De Stichting BIZ Weststad-Wijsterd wordt aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet.
Artikel 13 Buiten toepassing algemene subsidieverordening
Op de subsidie bedoeld in artikel 14 is de Algemene subsidieverordening Oosterhout 2012 (of zoals deze nadien is gewijzigd) niet van toepassing.
Artikel 14 Subsidievaststelling
  • 1.
    De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst wordt verstrekt aan de in artikel 12 aangewezen Stichting BIZ Weststad-Wijsterd .
  • 2.
    De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, nadat daarop de perceptiekosten in mindering zijn gebracht.
  • 3.
    Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidie-ontvanger.
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
Artikel 15. Inwerkingtreding
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.
  • 2.
    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.
Artikel 16. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad-De Wijsterd 2016.
 
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 september 2015.

De voorzitter,

De griffier,

Terug naar het overzicht