Publicatiedatum:
woensdag 14 maart 2018
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtbesluit griffie gemeente Oosterhout 2018

De raad van de gemeente Oosterhout,

 

gelezen het voorstel van 6 februari 2018, nr. BI.0180065,

 

gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet en artikel 107e van de Gemeentewet,

BESLUIT:

 

de volgende verordening vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    (gemeente)raad: het orgaan zoals bedoeld in titel II hoofdstuk II van de Gemeentewet;

  • b.

    werkgeverscommissie: de werkgeverscommissie zoals bedoeld in de verordening werkgeverscommissie griffie Gemeente Oosterhout;

  • c.

    griffier: de functionaris, zoals bedoeld in artikel 107 Gemeentewet;

  • d.

    locogriffier: de plaatsvervanger van de griffier, zoals bedoeld in artikel 107d Gemeentewet;

  • e.

    griffiemedewerker: medewerker van de gemeente die hiërarchisch onder de griffier valt;

  • f.

    collegeorganisatie: medewerkers van de gemeente ressorterend onder het college en de secretaris, zoals bedoeld in artikel 102 Gemeentewet;

  • g.

    lokale arbeidsvoorwaardenregelingen: het alleen in Oosterhout van kracht zijnde deel van de arbeidsvoorwaardenregelingen, niet zijnde de landelijke CAR-UWO.

Artikel 2 Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op ambtenaren werkzaam voor de griffie van de gemeente Oosterhout in de functie van:

  • 1.

    griffier;

  • 2.

    griffiemedewerker.

Artikel 3 Bevoegd gezag

De raad is het bevoegd gezag ten aanzien van de griffier en de griffiemedewerkers.

Artikel 4 Aansluiting bij (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen

  • 1.

    Voor griffiemedewerkers zijn de (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen van de collegeorganisatie van overeenkomstige toepassing, behoudens de bij deze verordening of in enig ander besluit van de raad of de werkgeverscommissie gestelde uitzonderingen.

  • 2.

    Voordat het college besluit over wijziging van de (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen wordt de griffier in de gelegenheid gesteld daarover advies uit te brengen.

Artikel 5 Mandaatverlening en uitzonderingen

  • 1.

    Besluiten over de toepassing en uitvoering van (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen t.a.v. de griffier en griffiemedewerkers, inclusief de toepassing van hardheidsclausules, zijn gedelegeerd aan de werkgeverscommissie, zoals nader omschreven in de verordening werkgeverscommissie griffie gemeente Oosterhout.

  • 2.

    Besluiten over de toepassing en uitvoering van (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen t.a.v. griffiemedewerkers, inclusief de toepassing van hardheidsclausules, worden in mandaat genomen door de griffier, m.u.v. schorsing, onvrijwillig ontslag en strafontslag van griffiemedewerkers; daarover besluit de werkgeverscommissie.

Artikel 6 Ondertekening

De ondertekening van gemandateerde besluiten vindt op onderstaande wijze plaats:

“De werkgeverscommissie griffie gemeente Oosterhout,

namens deze,

de griffier,

 

Handtekening griffier

 

(naam)”.

Artikel 7 Overeenkomsten

  • 1.

    Overeenkomsten die personele aangelegenheden betreffen worden in mandaat en binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders door de griffier aangegaan.

  • 2.

    De instructie voor de griffier van de gemeente Oosterhout bepaalt dat de griffier de budgetten van de raad en de griffie beheert. Overeenkomsten die uit dit budgethouderschap voortvloeien, worden bij volmacht en binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders door de griffier aangegaan.

  • 3.

    De griffier is gemachtigd om overeenkomsten te ondertekenen die binnen het conform lid 1 verleende mandaat resp. de conform lid 2 verleende volmacht zijn aangegaan.

Artikel 8 Kwaliteitsborging, dienstverleningsovereenkomst met P&O

De griffier kan een dienstverleningsovereenkomst met de collegeorganisatie sluiten over de invulling van de dienstverlening door de collegeorganisatie op het gebied van personeelszaken.

Artikel 9 Aflegging van eed of verklaring en belofte

  • 1.

    Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de griffier en de locogriffier in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de eed of verklaring en belofte af die bij wet, bij instructie of bij besluit van de raad is voorgeschreven.

  • 2.

    Griffiemedewerkers, m.u.v. de locogriffier, leggen in handen van de voorzitter de eed of verklaring en belofte af die bij wet, bij instructie of bij besluit van de raad is voorgeschreven.

Artikel 10 Beoordeling

  • 1.

    Personeelsbeoordeling, op basis van de toepasselijke lokale arbeidsvoorwaardenregelingen, van griffiemedewerkers vindt plaats door de griffier, en van de griffier door de werkgeverscommissie.

  • 2.

    Waar in de arbeidsvoorwaardenregeling sprake is van (bijv.) “naast hogere manager” wordt bij de beoordeling van griffiemedewerkers gelezen “de werkgeverscommissie”, en bij de beoordeling van de griffier “de raad”.

  • 3.

    Voor zover de arbeidsvoorwaardenregeling voorziet in het indienen van bedenkingen of een zienswijze, kan de griffiemedewerker deze indienen bij de werkgeverscommissie, en de griffier bij de raad.

Artikel 11 Werktijden

Na overleg met de betrokken griffiemedewerker(s) kan de griffier de arbeidstijden vaststellen in afwijking van de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen voor zover de werkzaamheden van de raad dit noodzakelijk maken.

Artikel 12 Functiewaardering en functieboek

De raad stelt een functieboek vast met daarin de functiebeschrijving en functiewaardering van de functies van de griffier en de griffiemedewerkers.

Artikel 13 Medezeggenschap, gemeenschappelijke ondernemingsraad, gemeenschappelijk georganiseerd overleg

  • 1.

    De raad en het college stellen een gemeenschappelijke ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 Wet op de Ondernemingsraden in en een gemeenschappelijk georganiseerd overleg.

  • 2.

    Als uitgangspunt voor de invulling van de werkgeversverantwoordelijkheid geldt dat de positie van het college en de raad, respectievelijk de gemeentesecretaris en de raadsgriffier gelijkwaardig is.

  • 3.

    Met inachtneming van lid 2 en ter uitvoering van lid 1 van artikel 13 worden nadere afspraken gemaakt.

Artikel 14 Onvoorzien

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, besluit de werkgeverscommissie.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als:

Verordening rechtspositie, mandaat- en volmachtsbesluit griffie gemeente Oosterhout 2018.

 

I.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 februari 2018,

de griffier,

de voorzitter,

II.

In verband met artikel 5 lid 2 “Mandaatverlening en uitzonderingen” en artikel 7 lid 1 “Overeenkomsten”:

De werkgeverscommissie griffie gemeente Oosterhout,

de voorzitter,

III.

In verband met artikel 4 “Aansluiting bij (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen”, artikel 7 lid 1 en lid 2 “Overeenkomsten”, en artikel 13 “Medezeggenschap, gemeenschappelijke ondernemingsraad, gemeenschappelijk georganiseerd overleg”:

Burgemeester en wethouders van Oosterhout,

de secretaris,

de burgemeester,

IV.

In verband met artikel 7 lid 3 “Overeenkomsten”:

De burgemeester van Oosterhout,

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3 Bevoegd gezag

In artikelen 107 en 107e lid 2 Gemeentewet is geregeld dat de raad de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren benoemt, schorst en ontslaat.

Artikel 4 Aansluiting bij (lokale) arbeidsvoorwaardenregelingen

De landelijke CAR-UWO geldt ook voor de ambtenaren van de griffie. Artikel 4 heeft vooral ook betrekking op de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen. “Van overeenkomstige toepassing” betekent bijvoorbeeld dat waar in de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen staat “het college van B en W” of “burgemeester en wethouders” dan wel een variant daarop, “de raad” moet worden gelezen voor zover de arbeidsvoorwaardenregelingen van toepassing zijn en betrekking hebben op de griffier en griffiemedewerkers. Ander voorbeeld: waar in de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen sprake is van “algemeen directeur”, “gemeentesecretaris”, of “directie”, moet “griffier” worden gelezen voor zover de arbeidsvoorwaardenregelingen van toepassing zijn en betrekking hebben op de griffier en griffiemedewerkers. Indien raad of werkgeverscommissie het wenselijk vinden om voor de griffie af te wijken van de regelingen voor de collegeorganisatie kan daarvoor een afzonderlijke regeling met uitzonderingsbepalingen worden vastgesteld.

Artikel 5 Mandaatverlening en uitzonderingen

De mandaatverlening betreft in ieder geval:

  • a.

    Personele en/of organisatorische aangelegenheden waaruit financiële verplichtingen voortvloeien;

  • b.

    Het binnen de geldende wet- en regelgeving en de overige vastgestelde kaders uitvoering en toepassing geven aan de regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en rechtspositie;

  • c.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget toekennen van beloningscomponenten;

  • d.

    Het aanpassen van de formatie, waaronder het aanstellen van personeel, binnen de geldende kaders van de loonkostenbegroting;

  • e.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget inhuren van derden;

  • f.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget aangaan van verplichtingen ter uitvoering van de Arbowet;

  • g.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget vaststellen van een op de griffiemedewerkers gericht vormings- en opleidingsplan;

  • h.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget (doen) bekostigen van reïntegratietrajecten van griffiemedewerkers;

  • i.

    Het binnen de geldende kaders en het beschikbaar gestelde budget (doen) bekostigen van loopbaantrajecten van griffiemedewerkers.

De griffier legt over de toepassing van het mandaat verantwoording af aan de werkgeverscommissie.

Artikel 7 Overeenkomsten

Het college is exclusief bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente (artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet). Het is dan ook het college dat volmacht verleent voor het aangaan van overeenkomsten. De burgemeester ondertekent overeenkomsten waarbij de gemeente als rechtspersoon betrokken is. Het is dan ook de burgemeester die machtiging verleent om overeenkomsten, die binnen de door het college verstrekte volmacht zijn aangegaan, te ondertekenen. Vandaar ook de medeondertekening van deze verordening door het college en door de burgemeester.

Terug naar het overzicht